Capture or kill: doodschieten als optie?

“Er doen zich situaties voor waar het om het leven brengen van een gevaarlijk figuur wenselijker is dan het beginnen van een oorlog, zoals bijvoorbeeld in Irak.” Aldus topdiplomaat en oud-lid van de Commissie-Davids Peter van Walsum in NRC Handelsblad.1

Hij schreef dat naar aanleiding van de ‘targeted killing’ van Anwar Al-Awlaki op 30 september 2011 in Jemen en herinnerde zich ongetwijfeld ook de ‘capture or kill mission’ van 1 mei 2011 die eindigde met de dood van Osama bin Laden in Pakistan. Van Walsum staat er positief tegenover. Hij suggereert dat de proportionaliteitsafweging ten aanzien van Irak verkeerd uitpakte, omdat een politieke sluipmoord op Saddam iedereen tegen de borst stuitte en dat daarom een oorlog nodig was. Ik vroeg me even af of zo’n afweging ook op 20 oktober 2011 vooraf was gegaan aan de beslissing om met een Frans vliegtuig en een onbemande Navo-drone de vluchtende dictator Khadaffi en zijn lijfwacht te bombarderen. Toen 21 auto’s in brand stonden en ongeveer 95 loyalisten waren gedood, maakten rebellen uit Misurata het werk af en schoten zij de dictator een kogel door zijn slaap.2 Misschien was dat wel geen targeted killing, maar op een capture or kill mission leek het wel.

Wat daar verder van zij, tyrannicide levert wat mij betreft geen overtuigend argument op om terroristen buitengerechtelijk te executeren. Dat Saddam, Khadaffi en Bin Laden een wel heel bijzondere categorie vormen, wil ik nog wel aanvaarden, maar uit een rapport van de speciale rapporteur Philip Alston voor de Human Rights Commission van de VN blijkt dat targeted killing steeds vaker deel uitmaakt van officieel beleid.3 De term dook het eerst op in officiële documenten in Israel aangaande acties tegen personen in de bezette Palestijnse gebieden en werd ook gebruikt in verband met het doden van Tsjetsjeense en Tamil rebellen. De regering Obama heeft zowel het aantal aanvallen met drones als het aantal capture or kill missions sterk opgevoerd. Dat gebeurt niet in het geniep, want de Amerikanen gaan ervan uit dat zij verkeren in ‘armed conflict with al-Qaeda, as well as the Taliban and associated forces, in response to the horrific 9/11 attacks, and may use force consistent with its inherent right of self-defense under international law’.4 Ook als men niet categorisch afkeurend reageert op 'opzettelijk gebruik van dodelijk geweld door overheden tegen een specifieke individu die niet fysiek in handen is van die overheid', zijn over die benadering fundamentele vragen te stellen.

1. Volkenrechtelijk is het grote punt dat bestrijding van terroristische groepen wordt neergezet als armed conflict. Wanneer is het doodschieten van een terrorist te beschouwen als een oorlogshandeling in plaats van een buitengerechtelijke executie? Zo’n oorlogshandeling betreft een conflict niet tussen staten, niet binnen één staat, maar op wereldschaal. Dat roept de vervolgvraag op wanneer een militaire inbreuk op de soevereiniteit van een ander land mag worden gemaakt in plaats dat om uitlevering wordt verzocht. Dat bleek naar aanleiding van de officiële protesten tegen de moord op Hamas-leider M. al-Mabhouh in Dubai door achttien Israëlische Mossad-agenten in 2010. Men zal toch eerst moeten bezien of het andere land bereid en in staat is de terrorist te vangen.

2. Wie mogen worden aangemerkt als legitiem dood te schieten personen? Volgens art. 51 van het Eerste Aanvullend Protocol bij de Geneefse Verdragen mogen burgers geen doel van een militaire aanval worden, tenzij ze direct deelnemen aan de vijandelijkheden. Maar wie zijn dat? Onder de 30 ‘Al Qaeda-leiders’ die tussen 2009-2011 door Amerikaanse diensten werden doodgeschoten, zaten ook een financiële man, de producent van een webmagazine en leiders van politieke groepen uit Turkmenistan en Oezbekistan.5 Overigens vielen in Afghanistan in 22 maanden tijd tijdens 2365 capture or kill operaties 3871 doden; dan gaat het om (vaak irreguliere) strijders binnen een geografisch bepaald ‘oorlogstheater’.6 Die acties herinneren ook aan de vraag naar de aanvaardbaarheid van collaterale schade.

3. Wie bepaalt welke personen als target mogen worden aangewezen? In de VS schijnen vier ‘kill lists’ te bestaan, waarbij de chain of command om juridische toestemming tot doodschieten te geven varieert. Doorgaans moet de president de actie persoonlijk autoriseren, maar inzake de lijst van de CIA wordt de beslissing om een terrorist dood te schieten genomen door één raadadviseur.7 De vader van Anwar Al-Awlaki heeft geprobeerd zijn Amerikaanse zoon van de lijst af te laten halen, maar de federale rechter was van oordeel niet bevoegd te zijn de beslissing van een executieve dienst tijdens een gewapend conflict te overrulen. Inmiddels gaan in de VS stemmen op om een ‘due process’ te ontwikkelen ten aanzien van de targeted killings.8 De Israëlische Supreme Court heeft trouwens in 2006 al geprobeerd enige normering te scheppen – bijvoorbeeld ten aanzien van de ‘direct participation’-maatstaf.

Men kon lange tijd de realiteit van targeted killing e.d. (stilzwijgend) accepteren of juist menen dat het een chic woord is voor ordinaire moordpartijen. Maar de beleidsmatige aanvaarding van targeted killing door onze bondgenoten verandert de zaak en dwingt Nederland tot standpuntbepaling. Ooit komt immers het verzoek om een terrorist uit te leveren aan een land dat met dergelijke de facto oorlogshandelingen terreurbestrijding buiten het domein van de rechtstaat heeft geplaatst. Wat doen we dan: is uitlevering toelaatbaar aan een land dat met deze persoon op voet van oorlog leeft? En hoe moeten Nederlandse militairen zich opstellen als ze in internationaal verband betrokken raken bij de targeted killing van burgers? Ik stel het met huiver vast: doodschieten lijkt meer dan een optie in hoogst uitzonderlijke gevallen te zijn geworden.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2011, afl. 39.

 

1. Peter van Walsum, 'Al-Awlaki is gelukkig met drone omgebracht', NRC Handelsblad 19 oktober 2011.
2. Jon Lee Anderson, 'King of Kings', The New Yorker 7 november 2011.
3. UN General Assembly, Human Rights Council, Report of the Special Rapporteur on extrajudicial, summary or arbitrary executions, Philip Alston, Addendum: Study on targeted killings, 28 mei 2010 (pdf).
4. Jonathan Masters, 'Targeted Killings', Council of Foreign Relations 28 oktober 2011.
5. Zie 'Targeting al-Qaeda leadership' bij USA Today.
6. Alex Strick van Linschoten and Felix Kuehn, 'A Knock on the Door: 22 Months of ISAF Press Releases', Afghanistan Analysts Network 12 oktober 2011 (pdf) noemen 2365 capture or kill raids, waarbij 3871 personen werden gedood en 7146 gedetineerd van wie zo’n 5 resp. 13% wordt aangemerkt als leider of facilitator. Zie ook 'Every Nato kill-capture mission in Afghanistan detailed and visualised' bij The Guardian.
7. D. Priest and W.M. Arkin, Top Secret America: The Rise of the New American Security State, Little Brown 2011. Zie ook Tara Mckelvey, 'Inside the Killing Machine', Newsweek 13 februari 2011.
8. R. Murphy and A.J. Radsan, ‘Due Process and Targeted Killing of Terrorists’, Cardozo Law Review 2009, vol. 31 (pdf).

Ybo Buruma

Naam auteur: Ybo Buruma
Geschreven op: 7 november 2011

Raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Mihai Martoiu Ticu schreef op :
Peter van Walsum’s argument is een petitio principii. Want hij veronderstelt juist wat er dient bewezen te worden en dit soort dingen kunnen alleen in een rechtbank bewezen worden. Want wat gebeurt als de nabestaanden het oneens zijn met het Amerikaanse juridische argument? Zij kunnen geloven dat hun gedode familielid onschuldig was. Of dat er geen oorlogsrecht van toepassing moet zijn, maar mensenrechten. Bijvoorbeeld Bin Laden’s zoon vertelde in NY Times dat hij de VS in een internationale rechtbank wilde aanklagen, zoals bij het Internationaal Gerechtshof, wat natuurlijk niet kan, want daar mogen slechts staten verschijnen. Waarom zou de V.S. het laatste woord hebben, met als gevolg dat de V.S. tegelijkertijd ook de rechter in zijn eigen zaak speelt?

Als de Amerikaanse overheid zo objectief is, dat er geen tussenkomst van een rechter noodzakelijk is, waarom bestaan er rechtbanken in de V.S.? En waarom mogen de Amerikaanse burgers de overheid bij die rechtbanken aanklagen? En waarom winnen die burgers regelmatig een rechtszaak?

Dus Peter van Walsum doet hetzelfde als de oude Spanjaarden die op de Amerikaanse kust belandden, de indianen "El Requerimiento" gingen voorlezen, waarom de Spanjaarden legaal hun baas waren. En als de indianen daarover anders dachten, dan was dat een schending van internationaal/hemels recht en de Spanjaarden waren vrij om de indianen uit te roeien. Dus Van Walsum is een soort moderne Francisco de Vitoria.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.