Brighton

Brighton, de bekende Engelse badplaats, was op 19 en 20 april 2012 het decor van de bijeenkomst van de vertegenwoordigers van de 47 lidstaten van de Raad van Europa die gewijd was aan de toekomst van het EHRM.1 Brighton aan zee… wel toepasselijk als we terugdenken aan de noodkreet van Corstens en Kuiper in dit blad van afgelopen maart met de titel: “Help! Het EHRM verdrinkt”.

Naar Brighton was door de mensenrechten-(bay)watchers met grote zorg uitgekeken. Niet alleen vanwege de acties die noodzakelijk zijn om de werklast van het EHRM, die in de afgelopen jaren tot onhandelbare proporties is gestegen, terug te dringen, maar vooral ook om de discussie over de door sommigen gewenste inperking van de beslissingsbevoegdheid van het Hof. Brighton zou een krachtmeting worden tussen de verdedigers van de onafhankelijkheid van het Hof en een aantal lidstaten (naar verluidt Nederland, Zwitserland en Denemarken) onder aanvoering van de Britten die – onder grote binnenlandse politieke druk – aansturen op meer ruimte voor een nationale invulling van mensenrechtenkwesties en dus minder vergaande bemoeienis vanuit Straatsburg. In de aanloop naar de Brighton Conferentie is zwaar gelobbyd en onderhandeld. De voorstellen die op tafel lagen en de Britse draft Brighton Declaration die tevoren was uitgelekt logen er niet om: het klachtrecht zou moeten worden ingeperkt door nieuwe ontvankelijkheidscriteria, het beginsel van subsidiariteit en proportionaliteit zou in de Conventie moeten worden opgenomen om de soevereiniteit van nationale lidstaten te vergroten en de zogenaamde “margin of appreciation” de ruimte die het EHRM de lidstaten laat om mensenrechtelijke kwesties in te vullen, zou in het verdrag moeten worden vastgelegd en gedefinieerd. Een van de voorstellen die daartoe werden gedaan was dat het EHRM zich niet meer zou inlaten met zaken waarin er door de nationale rechter al een belangenafweging was gemaakt in de nationale procedure. In de marge werd ook voorgesteld een griffierecht in te voeren, bijstand door een advocaat te verplichten en klagers die ongefundeerde klachten indienen te bestraffen. Om de werklast terug te dringen werd onder andere, om in strandtaal te blijven, een zogenaamde “sunset clause’’ voorgesteld om zaken die in Straatsburg op de plank liggen en een lage prioriteit hebben na verloop van een vastgestelde periode (12-18 maanden) automatisch van de rol te schrappen.

Nederland had in de aanloop naar de Brighton conferentie al gas terug genomen. Uit het debat dat in de Eerste Kamer op 13 maart jl. is gevoerd2 en een daaraan voorafgaande brief van de minister van V&J die op 11 oktober 2011 naar de Eerste Kamer was gestuurd, blijkt dat het heffen van griffierechten, verplichte procesvertegenwoordiging en het bestraffen van klagers die ongefundeerde klachten indienen, niet meer wordt nagestreefd. Belangrijker was echter dat met instemming van de tijdens het debat aanwezige bewindslieden een motie werd aangenomen, ondersteund door alle partijen behalve de PVV, waarin met zoveel woorden staat dat “er geen reden is voor de regering om meer ruimte te bepleiten voor de margin of appreciation van verdragspartijen bij de invulling van de normen van het EVRM.” Met die boodschap ging Nederland naar Brighton. Uiteindelijk hebben de Britten voor hun vergaande voorstellen geen draagvlak gekregen. Het individuele klachtrecht blijft als hoeksteen van het Straatsburgse toezichtsmechanisme overeind zonder nieuwe ontvankelijkheidsdrempels en het Hof wordt niet gebonden aan grenzen hoe het ontvankelijkheidscriteria interpreteert. Gestrand is ook het voorstel om in het verdrag vast te leggen dat het EHRM zich onthoudt klachten te onderzoeken die al door nationale rechterlijke instanties – met inachtneming van de Straatsburgse jurisprudentie – zijn behandeld. De toetsing van nationale rechtsgang blijft het domein van het EHRM. Het beginsel van subsidiariteit en de margin of appreciation komen niet in het verdrag te staan maar in plaats daarvan in de Preambule van het EVRM, waarbij het aan het Hof is hoe hiermee om te gaan. Onder de voorstellen die het wel gehaald hebben zijn de verkorting van de klachttermijn van 6 naar 4 maanden en de mogelijkheid dat lidstaten kunnen opteren voor een systeem van advisory opinions met betrekking tot de interpretatie van verdragsbepalingen. Het oorspronkelijke voorstel om een gewone procedure na een advies niet toe te staan, behalve als de nationale rechter een duidelijke fout had gemaakt, heeft het niet gehaald. Verder komt uit de Verklaring naar voren dat het Hof wordt aangemoedigd de bestaande ontvankelijkheidscriteria strikt toe te passen, iets dat het Hof in zijn eigen verklaring voorafgaand aan de Brighton Conferentie ook zelf al had benadrukt.

Een goed bericht uit oogpunt van werklast is dat het EHRM door het 14e Protocol een unus-rechter de kennelijk niet ontvankelijke klachten kan laten afdoen. Dit zal ertoe resulteren dat de achterstand bij de afhandeling van dit soort zaken in 2015 zal zijn ingelopen. Wat blijft ronddobberen is echter het contingent van 30.000 klachten, die mogelijk gegrond zijn. Hiervan zijn 6000 ernstige klachten geprioriteerd, maar binnen welke termijn de overblijvende 24.000 klachten kunnen worden afgedaan blijft nog ongewis.

De soevereiniteit van het Hof lijkt ongebroken uit de golven van Brighton te zijn gered, doordat de lidstaten niet gezwicht zijn voor de populistische argumenten het EHRM aan banden te leggen. Maar daarmee zijn lang niet alle problemen opgelost. Lidstaten moeten hun verantwoordelijkheid bij de naleving van mensenrechten beter nakomen. Dat is een open deur, maar de enige echte oplossing.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2012/1032, afl. 18, p. 1247.

 

1. Zie voor alle documenten: www.coe.int/t/dgi/brighton-conference.
2. Zie het gecorrigeerde stenogram van 13 maart 2012 behorende bij Kamerstukken I, 32735 C.

Taru Spronken

Naam auteur: Taru Spronken
Geschreven op: 4 mei 2012

Advocaat-generaal bij de Hoge Raad en hoogleraar straf- en strafprocesrecht Universiteit Maastricht

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.