Als de politie zich niet aan de wet houdt…

De afgelopen maand heeft de Hoge Raad enkele uitspraken gedaan over vormfouten in het vooronderzoek. Het is niet aan mij om deze uitspraken te becommentariëren. Maar veilig kan worden gesteld dat ze (opnieuw) aantonen dat de veronderstelling dat bewijsuitsluiting het logisch gevolg is van onrechtmatig handelen van de politie grosso modo onjuist is.

Daaraan doet niet af dat schendingen van art. 6 EVRM (zoals het recht van een arrestant om voorafgaand aan het verhoor een raadsman te consulteren), of zeer ingrijpende inbreuken op grondrechten dan wel vormverzuimen waarvan het structureel karakter vaststaat wel zo’n drastisch gevolg kunnen hebben.

In een niet gering aantal gevallen kan de strafrechter weinig tot niets beginnen met een onrechtmatigheid, zo deze zou zijn vastgesteld. Als bijvoorbeeld een DNA-profiel of een vingerafdruk van een vrijgesproken verdachte ten onrechte niet is verwijderd uit het desbetreffende register, hoeft dat bij de beoordeling van een latere zaak die met behulp daarvan is opgespoord geen gevolgen te hebben.1 Iets dergelijks geldt voor het onrechtmatig gebruik van voor andere doeleinden verkregen ANPR-gegevens (foto’s van kentekens). In andere gevallen heeft de rechter wel enige ruimte. Maar in het arrest over een niet-gecertificeerde hulpofficier van justitie die een machtiging tot betreding van een woning had afgegeven, bleek dat voor bewijsuitsluiting slechts in zeer precies omschreven gevallen plaats is.2

De omstandigheid dat de strafrechter in het strafproces tegen de verdachte geen gevolgen kan of wil verbinden aan een onregelmatigheid van de politie, betekent natuurlijk niet dat de politie maar wat kan aanrommelen. Borgers meent daarom dat er ‘alle reden (is) om te komen tot enigerlei systeem van integrale kwaliteitscontrole’.3

Dat is een honorabel standpunt, maar de vraag is hoe zo’n systeem eruit zou moeten zien. De mensen die het werk moeten doen – de politieagenten – zullen vrezen dat dit vooral zal betekenen dat ze nog meer moeten opschrijven dan ze nu al moeten doen. Dat lijkt inderdaad niet alleen onverstandig, maar ook onnodig. In de gevallen naar aanleiding waarvan de bovenstaande uitspraken plaatsvonden, wist de rechter immers dat er onrechtmatig was opgetreden – de politie deed daar (uiteindelijk) niet stiekem over. Het gaat me hier ook niet om de gevallen waarin er verschil van mening is tussen burger en overheid, bijvoorbeeld over de vraag of persoonsgegevens al dan niet terecht in een politieregister zijn beland. Daarover kan men zich tot de bestuursrechter wenden (art. 28 Wet politiegegevens).

Men zou kunnen menen dat de betreffende functionaris moet worden gestraft. In een geval als dat van de niet gecertificeerde hulpofficier vond er inderdaad strafrechtelijke vervolging van de betreffende functionaris plaats. Maar dat gebeurt slechts bij uitzondering. Er is verder te denken aan het tuchtrecht krachtens het Besluit Algemene Rechtspositie Politie. Zo is er wel eens een strafontslag gegeven aan een agent die het bedrijfsprocessensysteem op verzoek van een derde raadpleegde en deze derde daarover ook informeerde. En dan wil ik ook nog wel aannemen dat de politie het niet prettig vindt als de Nationale ombudsman een klacht gegrond bevindt. Maar die gevallen van officiële berisping van de betreffende ambtenaar wegens inbreuken op strafvorderlijke opsporingsregels zijn uiteindelijk even uitzonderlijk als gevallen waarin bewijsuitsluiting op zijn plaats is in een strafzaak tegen een betrokken burger.

De rechtspolitieke vraag is daarom wat we ervan moeten vinden dat aan gebleken onrechtmatigheden nogal eens geen gevolgen worden verbonden. Laten we wel wezen: soms wordt vergeten dat de reden waarom mensen zich aan de regels houden, niet louter te maken heeft met de te verwachten gevolgen. Ik vermoed dat de meeste mensen op een woonerf niet harder dan 30 km/u te rijden, omdat dat vanzelf spreekt en vanwege de verkeersdrempels. De straf is minder relevant. Maar er is een stukje vijfbaansweg waar de daar geldende 100 km/u regel zo moeilijk is te begrijpen dat zelfs de vrees voor straf niet kon voorkomen dat in een half jaar tijd maar liefst 483.767 boetes wegens te hard rijden werden opgelegd. Politieagenten zijn net mensen. Aan regels die ze vanzelfsprekend vinden zullen ze zich normaliter wel willen houden. Al was het maar – en nu ben ik cynisch – omdat ze weten dat instituties die volgens een eerlijke procedure werken bij de burger vertrouwen wekken en die burger ook zelf bewegen tot eerlijk gedrag. En als een agent dan toch een keer disproportioneel geweld toepast, dan bevestigen de gevolgen daarvan (straf voor de agent en/of strafvermindering voor de verdachte) de geldigheid van de regel.

Moeilijker te begrijpen regels vergen echter uitleg of ze vergen een systeem dat probeert de agent anderszins te stimuleren zich aan de regels te houden. Denken we nog even aan de DNA-sporen, de dactylosporen en de kentekengegevens. Het verbod die te gebruiken is voor een politieman even moeilijk na te leven als de 100 km-regel op het stukje vijfbaansweg. Daarmee is niet gezegd dat die regels niet deugen. Waarom zouden de gegevens van degene die is vrijgesproken anders dan die van mensen die nooit met de politie in aanraking kwamen, opgeslagen moeten blijven? En willen we nu echt dat de overheid ons overal en altijd filmt? Dat zijn rechtspolitieke vragen. Als de wetgever de regels dienaangaande echt belangrijk vindt, zal hij een list moeten verzinnen – voor mijn part in de ‘architectuur’ van het gegevensbeheer. Maar hij moet er niet op rekenen dat de rechter een roofovervaller laat lopen omdat deze een paar jaar tevoren ten onrechte niet is uitgeschreven uit een register.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2013/494, afl. 10, p. 595.

 

Bron afbeelding: minifig


1. HR 29 januari 2013, LJN BY2814
2. HR 19 februari 2013, LJN BY5321
3. M. J. Borgers, 'De toekomst van art. 359a Sv', DD 2012, 25

Ybo Buruma

Naam auteur: Ybo Buruma
Geschreven op: 5 maart 2013

Raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Frits Jansen schreef op :
Buruma gaat voorbij aan het probleem dat veel onjuist politieoptreden helemaal de rechter niet bereikt. Zoals iemand arresteren om hem een lesje te leren zonder de bedoeling te hebben hem te laten vervolgen. Maar wel met handboeien in de folterstand zodat de verdachte een blijvende zenuwbeschadiging oploopt. Of een arrestant die vanwege het late uur op het bureau moet overnachten met fel licht van zijn slaap beroven, zogenaamd omdat er wel eens arrestanten zijn overleden in de cel, maar in feite omdat het verhoor de volgende ochtend makkelijker verloopt als de verdachte barst van het slaapgebrek.
Om nog maar te zwijgen van de verdachte van een kleine verkeersovertreding die door de politie bont en blauw wordt geslagen, naar achteraf blijkt omdat de politie de omstanders in een "slechte" buurt een lesje wil leren.
Toen de politie buiten mijn afwezigheid en dus zonder mijn toestemming mijn flat had betreden vanwege een lekkage was die stomverbaasd toen ik vroeg om het proces-verbaal dat in een dergelijk geval moet worden opgemaakt volgens de Algemene Wet op het Binnentreden.

Ik weet niet of het hier om een gebrek aan wetskennis gaat of meer om een bedenkelijke mentaliteit. En zo'n man als Teeven geeft het voorbeeld. Keihard aanpakken!
a.zecha schreef op :
Is het menselijk als de politie zich niet aan de wet houdt en er "stiekem" over doet …..?
Is het menselijk als de overheid zich niet aan de wet houdt en er "stiekem" over doet ……?
Is het menselijk als de wetgever zich niet aan de wet houdt en er "stiekem" over doet ……?
Is het menselijk als de uitkeringstrekker zich niet aan de wet houdt en er "stiekem" over doet ….?
Is het menselijk als de autobestuurder zich niet aan de wet houdt en er "stiekem" over doet ……?
In al deze opgemelde zaken zou het oordeel van een geblinddoekte vrouwe justitia m.i. gelijk zijn.

Evenals het vaker het geval is bevindt de angel zich in de staart; i.e. in het vervolg van de vaststelling van dezulke wetsovertredingen.
Wat zijn de gevolgen voor de wetsovertreders zelve en wat zijn de gevolgen van hun wetsovertredingen voor derden. Met andere woorden: Welk beleid voert het ministerie van justitie t.a.v. de vervolging èn t.a.v. de strafoplegging van de wetsovertreders.
Tenminste de schijn wordt gewekt dat bij het beleid van het OM, dat onder de verantwoordelijkheid van de minister van justitie staat, de schijn niet wordt vermeden dat dit beleid beduidend grote verschillen toont indien de dader(s) in publieke dienst is (zijn) en / of de wetsovertreder(s) slechts een belastingbetalende burger(s) is (zijn).
Vermits ongelijkheid in behandeling van burgers door het ministerie van justitie schade berokkend aan het democratisch gehalte van "the public governance and compliance" en bovendien het bestaand publieke wantrouwen jegens politici vergroot moet elke schijn van behandelingsongelijkheid m.i. worden vermeden. .
a.zecha
Peter Westerhof schreef op :
Tja, 'publieke governance & compliance'.
De aloude stelregel is dat strafbaarstelling van niet nakomen door een ambtenaar van verplichtingen niet nodig is omdat nakoming vanzelfsprekend is en niet mag worden uitgegaan van de aanname dat de overheid zich niet aan haar eigen regels zou houden.
Ambtelijke integriteit dus.

Hebben we nog wel art. 44 WvS.

Zou dan ingeval van bijv. het niet nakomen van de periodieke privacyaudit-verplichting m.b.t. politiegegevens de 'Verantwoordelijke' strafbaar zijn?
Dus zoals in de in 2011 door het CBP geconstateerde massale schending door zo'n beetje alle politiekorpsen en opsporingsdiensten van art. 33 Wet Politiegegevens (https://www.cbpweb.nl/Pages/rap_2011_privacyaudit_politie_bod.aspx).
Of is dan alleen de - voor politie ex art. 34 WPolG verplichte - privacyfunctionaris het haasje? Hetgeen weer zou verbazen aangezien nogal wat korpsen in dit kader gebruik maakten van externen. Hetgeen contractueel dan weer interessante vragen oproept.

Met bewijsuitsluiting redden we het dan niet. Wellicht toch tijd tot voor een 'reality check', om even in modieus management-speak te vervallen.
En wellicht dus tijd voor een sanctie op nakoming in elke wet in plaats van de generieke tuchtrechtelijke sanctie.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.