Het Huis van Thorbecke

Gaat het Huis van Thorbecke tegen de vlakte of wordt het na grondige inspectie slechts gerenoveerd en wordt er hooguit wat aangebouwd? Hoewel het idee al in 2014 was aangenomen, is het pas in januari 2017 tot instelling van de Staatscommissie Bezinning Parlementair Stelsel gekomen. Onder leiding van oud-minister Remkes wordt de toekomstbestendigheid van dat stelsel onder de loep genomen. 

Het kader is daarbij gegeven:1 bezinning over verkiezing, taken, positie en functioneren van het parlementair stelsel en de parlementaire democratie is gewenst in het licht van het gegeven dat:

  • de Nederlandse burger meer betrokkenheid bij beleid en politiek ambieert volgens onder meer onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau;
  • de Europese besluitvorming voor de parlementaire taak en de vormgeving daarvan voor beide Kamers van de Staten Generaal toenemende betekenis heeft;
  • veel taken de afgelopen jaren zijn gedecentraliseerd naar andere overheden;
  • de electorale volatiliteit sterk is toegenomen;
  • digitalisering en social media onmiskenbaar invloed hebben op het karakter van de representatieve democratie en het functioneren van het parlementaire stelsel.

Met het kader is er nog geen agenda. De komende verkiezingen waren voor het NJB aanleiding een oproep te doen agendapunten aan te leveren. Het resultaat treft U in dit nummer aan. Het is een kleurrijk palet zowel wat betreft thematiek als inzet: van ‘niets doen en zo laten’ gaat het via concreet uitgewerkte voorstellen op ‘kleine’ punten naar ‘hemel bestormende’ bijdragen.

Dat heeft veel te maken met de probleemanalyse. Is het bestel wel in crisis? Nee, zegt De Winter. Ja, stellen anderen. Eijsbouts neemt verschijnselen van schifting waar in het hele Westen (zowel in nationaal als in Europees verband), maar houdt de oplossing klein. Behalve dat burgers de regering moeten dwingen Europese verantwoordelijkheden publiekelijk op te eisen en te verhelderen in plaats van ze te ‘ontkruipen’, heeft hij voor hen ook een stemadvies: stem als redelijke, verantwoordelijke en verstandige kiezers, niet alleen klein-pragmatisch, maar zeker niet angstig, niet vol onbehagen, niet boos. Hoewel de zaken soms gereduceerd worden tot ‘de kloof’ tussen kiezer en politiek, tussen kiezer en ‘Den Haag’ waarna de oplossing al snel wordt gezocht in (vormen van) directe democratie (referenda of het reduceren van volksvertegenwoordigers tot stemkastjes (Geen Peil); waarover kritisch Westerweel en Van Tienen), zijn er uiteraard veel meer uitdagingen: hoe bereiken we de jeugdige kiezer, wat doen we met de invloed van de thuisblijver, moeten we iets met de versplintering?

Dat laatste type vraag, ‘moeten we eigenlijk iets met’, is tamelijk dominant en treft bijvoorbeeld ook het fenomeen ‘zetelroof’ en de invloed van buitenaf (buitenlandse veiligheidsdiensten, financiering), van opiniepeilingen en van nep-nieuws (Jans). Moeten we dit alles gaan reguleren of vertrouwen we op bestaande instituties en andere (tegen)krachten (Ilsink)?

Diverse onderwerpen verdienen zeker aandacht. De positie van mensen met een verstandelijke beperking bijvoorbeeld. Zij mogen op dit moment geen hulp krijgen in het stemhokje. Het College voor de Rechten van de Mens roept op tot heroverweging van deze belemmering (Van Eijndhoven en Goudsmit). Wagenaar vraagt aandacht voor art. J 16 van de Kieswet en het probleem van een steeds verder uitdijend stembiljet. De bepaling schrijft voor dat stembureauleden te allen tijde zicht hebben op kiezers in het stemhokje. Het stemgeheim komt zo in het gedrang: het vermogen van kiezers om het stembiljet met het eigen lichaam af te schermen wordt beslissend. Dat moet anders en beter kunnen. Verder is een serieuze vraag of de BES-inwoners, wier situatie toch tamelijk sterk verschilt van die van Nederland en die dan ook met specifieke problemen worden geconfronteerd, daadwerkelijk kunnen worden vertegenwoordigd (Duchateau). En wat te denken van toekomstige generaties (Van Vugt)? Er is niet voor niets al eens gepleit voor een Ombudspersoon voor Toekomstige Generaties.2 Interessant is ook het voorstel van Verschoor voor differentiatie in het kader van de procedures tot Grondwetswijziging (‘de Grondwet zit op slot’): stabiliteit is één ding, maar een dode letter dan ook wel meteen het uiterste. Stabiliteit en flexibiliteit kunnen, zo leert een onderzoek naar Grondwetten elders, wel degelijk samengaan. Op weg dus naar iets meer dynamiek? Voermans agendeert een ander specifiek punt: ligt het wel voor de hand dat in de nadagen van een kabinet en vlak voor de verkiezingen nog even snel wetsvoorstellen, zowel van regeringszijde als ‘initiatiefnemers’, naar de eindstreep worden geloodst? Verdient een dergelijk schoon schip maken (wash up heet dit aan de andere kant van het Kanaal) geen nadere aandacht, wellicht zelfs normering?

Niet verrassend is dat de Senaat onder vuur wordt genomen. Bij sommigen sneuvelt deze Kamer van Herbezinning, bij anderen (Judo) blijft zij juist om die reden, herbezinning, bestaan. Bovend’Eert gunt de Senaat nog wel het recht van amendement, maar het laatste woord over wetgeving wil hij toch bij de Tweede Kamer leggen. Anderen willen af van de dubbelrol van politieke afweging bij wetgeving en ‘constitutionele rechtspraak zonder geschil’ en bepleiten invoering van constitutionele toetsing door de rechter (De Weijs). Het verbaast niet dat invoering van die rechterlijke toetsing, los van de positie van de Senaat, meer handen op elkaar brengt (Altena).

Nauwelijks steun is er voor invoering van een kiesdrempel. Bovend’Eert ziet, net als VVD en CDA, ruimte voor een beperkte kiesdrempel, maar Hoogers en Karapetian noemen dit een verkeerd medicijn voor de al dan niet vermeende bestuurlijke instabiliteit van Nederland. Bovendien: we zouden toch beter niemand uitsluiten? (Hoekstra) Een enkeling verwacht heil van verhoging van het aantal Kamerleden: waar een Kamerlid in 1925 nog maar 35.000 kiezers vertegenwoordigde gaat het op dit moment om zo’n 86.000 kiezers. Ook dit zou minder voeling met de achterban tot gevolg hebben. De remedie ligt dan voor de hand: verhoog het aantal Kamerleden tot 250 (Versteeg). Verdeeldheid is er waar het de inzet van verkiezingen betreft: de een meent dat het de kiezer niet om personen gaat, maar om programma’s en thema’s, zodat dáárop ook gestemd moet worden (Van Asten). De voorstanders van een districtenstelsel zien dat uiteraard anders: zij brengen juist personen in beeld (Altena, Van Oort, Veerman). Dat geldt ook voor diegenen die heil zien in een gekozen premier (Wirken, Cloin). Dat laatste zou onder andere strategisch stemgedrag, zoals dat juist nu ook aan de orde is (op Rutte stemmen enkel om te voorkomen dat Wilders wint), moeten voorkomen. Een ander koerst juist aan op een volksvertegenwoordiging die op haar beurt vakministers (technocraten) kiest (Hoekstra).

Onverdeeld enthousiasme lijkt er wél voor een Wet op de Politieke Partijen naar Duits voorbeeld waarin partijdemocratie, organisatie en financiering geregeld zouden kunnen worden (D’Oliveira, Augustinus en Van Oevelen, Schutte en Kocken). Of ook de inhoud van het programma voorwerp van regulering zou moeten zijn, is een andere vraag. Opmerkelijk is wel het betoog dat een eventueel partijverbod, een publiekrechtelijke kwestie, niet aan het privaatrechtelijke art. 2:20 BW kan worden overgelaten (D’Oliveira, Molier en Rijpkema). Een specifieke bepaling biedt niet alleen de gelegenheid recht te doen aan de unieke positie van politieke partijen binnen ons democratisch bestel, maar stelt de rechtspraak ook in staat, conform de rechtspraak van het EHRM, een specifieke op politieke partijen afgestemde rechtspraak te ontwikkelen.

Afgezien wellicht van het pleidooi werk te maken van het door de klassieken geïnspireerde (oude Grieken en Venetianen deden het al) voorstel van David Van Reybroeck in zijn essay ‘Tegen verkiezingen’ (loten in plaats van kiezen, om burgers zelf verantwoordelijkheid te geven en tegenwicht te bieden aan het ‘Democratisch Vermoeidheidssyndroom’ (‘Wij minachten de gekozenen, maar aanbidden de verkiezingen’) (Doosje), oogt het niet spectaculair. Dat is niet erg. Is de bedoeling van de parlementaire democratie immers niet zekere stabiliteit te genereren: de bevolking vrij te stellen van voortdurende betrokkenheid op de politiek en politici vrij te stellen om zich te specialiseren? Zij bemiddelen dan tussen korte en lange termijn, vergroten het blikveld en hebben oog voor andere belangen en het ‘totaalplaatje’. Dat zou volgens Adams de leidraad voor de Staatscommissie moeten zijn: hoe stabiliteit koppelen aan maatschappelijke dynamiek en verandering? Hij zoekt het zelf in kleine dingen: een grote verbouwing van het Huis van Thorbecke is niet nodig.

Randvoorwaarden baren echter wel zorgen: het beeld van de media bijvoorbeeld en de ruimte die zij nog krijgen om als waakhond te fungeren. Zelfs oud-President G.W. Bush heeft het belang van controle op de macht onlangs nog benadrukt. Het staat allemaal onder druk in een tijd waarin politieke kampen hun eigen informatiebubbels niet verlaten en waarin fact free politics terrein wint. De sfeer is omgeslagen waar het technologie betreft: het gaat niet meer over kansen (directe democratie) maar over bedreigingen (hacks en beïnvloeding van buitenaf, fotoshoppende politici, trollen en nepaccounts). Het gaat niet alleen om cybersecurity maar ook om smaak en fatsoen. Tijd voor een onafhankelijke toezichthouder (Jans): een Autoriteit voor Democratie of ter voorkoming van Nepnieuws? Of gewoon overlaten aan het zelfreinigend vermogen van de politieke kanalen? Vooralsnog trekt Plasterk komende week met bekend gereedschap ten strijde tegen invloed op de verkiezingsuitslag: het rode potlood en het telraam.

Bij lezing van dit nummer springt een aantal zaken in het oog. Opvallend veel lijkt gedreven door de actuele politieke situatie: opkomst van een eenmanszaak als de PVV (die eigenlijk die naam niet mag hebben volgens Wiedijk; BVV dekt de lading beter), van single issue politieke partijen, zetelroof, versplintering, minderheidskabinetten. Is daarmee echt de toekomst van ons parlementaire stelsel in het geding?

Maar er is niet alleen reden voor relativering. Opvallend weinig, afgezien opnieuw van diverse bijdragen die de directe en indirecte invloed van de PVV op kabinetsformatie (Ten Napel) en beleid (D’Oliveira, Schutte en Kocken) vrezen, ziet op inhoud. Dat lijkt logisch, maar stelt de toekomstige politieke agenda niet als zodanig eisen aan het stelsel? Globalisering, robotisering, uitputting, klimaat, instabiliteit van Europa, legitimiteitsproblemen in EU-verband, vluchtelingenstromen, terugkeer naar Koude oorlog en kernwapenwedloop. Zijn dat thema’s voor een nationale agenda? Eén van de redenen voor bezinning op het stelsel was toch de toenemende invloed van Europa?

En opvallend weinig aandacht voor Brexit, Trump, Oekraïne, Erdogan en Poetin. Toeval of opnieuw een bewijs dat Nederland in zichzelf gekeerd raakt?3

Dat het Huis van Thorbecke niet tegen de vlakte hoeft, maakt het nog niet geschikt als nationaal bastion in een snel veranderende wereld.

 

Dit Vooraf is ook gepubliceerd in NJB 2017/529



  1. Kamerstukken I 2016/17, 34 430, C, p. 1.
  2. Wijdekop, NJB 2014/1137.
  3. Dat wil niet zeggen dat men niet over de grens heeft gekeken. Diverse auteurs hebben zich in hun bijdrage laten inspireren door rechtsvergelijking (Voermans, Verschoor, D’Oliveira, Molier en Rijpkema, Schutte en Kocken, Altena, Van Oort).
Ton Hartlief

Naam auteur: Ton Hartlief
Geschreven op: 6 maart 2017

Advocaat-generaal bij de Hoge Raad en hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit Maastricht

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.