Het belang van het adviesrecht voor slachtoffers

De vaste commissie voor Veiligheid en Justitie heeft op 3 juli een Algemeen Overleg over slachtofferbeleid met staatsecretaris Teeven. Op de agenda staat onder meer het onderzoeksrapport ‘Naar een Tweefasenproces? Over voor- en nadelen van een strafproces in twee fasen, in relatie tot de posities van slachtoffer en verdachte’ van onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen uitgevoerd in opdracht van het WODC.

De onderzoekers komen – kort gezegd - tot de conclusie dat er geen doorslaggevende argumenten zijn voor een tweefasenproces. Ik laat dit onderwerp even terzijde. Mijn aandacht gaat uit naar hun voorstel om een eventuele uitbreiding van het spreekrecht van slachtoffers in de vorm van een adviesrecht te gieten. Naast het huidige spreekrecht waarbij het slachtoffer zich alleen mag uitspreken over de gevolgen die het strafbare feit bij hem teweeg hebben gebracht, zou hij een advies mogen uitbrengen over de zogenoemde materiële vragen van artikel 350 Sv. Zo kunnen slachtoffers zich onder meer uitspreken over de schuld van de verdachte en over de gewenste straf. Dit heeft tot een wetsvoorstel geleid dat een dergelijk adviesrecht beoogt in te voeren en dat op dit moment nog bij de Raad van State ligt.

Het wetsvoorstel heeft interessante reacties opgeroepen. Opmerkelijk genoeg wordt hierbij vaak het belang van het slachtoffer als eerste genoemd om het adviesrecht niet in te voeren. Het adviesrecht zou leiden tot de kans op grote teleurstelling bij het slachtoffer als zijn advies niet wordt gevolgd. En als gevolg van zijn advies kan hij als getuige worden gehoord en op de grill worden gelegd. Dit alles zou de kans op secundaire victimisatie vergroten. Volgens mij zal het adviesrecht de kans op secundaire victimisatie juist kunnen verkleinen. Dat zit als volgt.

De kans op secundaire victimisatie door het adviesrecht is niet groot. Het slachtoffer hoeft immers geen gebruik te maken van het adviesrecht. Hij kan alleen het huidige spreekrecht uitoefenen of een schriftelijke verklaring indienen. Hij kan het zelf uitoefenen, maar ook een gemachtigde laten optreden. Het is van belang dat een slachtoffer daarover van goed advies wordt voorzien en goed geïnformeerd kiest wat bij hem en zijn situatie past. Als het slachtoffer zich voldoende vertegenwoordigd voelt door de officier van justitie, zal het advies inhoudelijk weinig toevoegen en zal het slachtoffer daar - naar mag worden aangenomen – ook minder behoefte aan hebben. Als hij dan bijvoorbeeld toch steun betuigt aan hetgeen de officier ook al naar voren brengt of een hartenkreet ten aanzien van de strafmaat laat horen, zal hij ook begrijpen dat dit niet veel gewicht in de schaal legt. De kans op ernstige teleurstelling is dan niet groot. Voelt het slachtoffer zich echter niet goed door de officier van justitie vertegenwoordigt, dan geeft het adviesrecht hem de mogelijkheid om zijn afwijkende mening over de strafzaak te laten horen. Dit is ook niet meer dat terecht, want het strafbare feit is allereerst en vooral een schending van zijn rechten. In deze situatie zal een slachtoffer zich allicht voor het adviesrecht eerder door een rechtshulpverlener laten vertegenwoordigen. Deze zal beter de juridische discussie kunnen voeren. Dit hoeft geen bezwaar te zijn. Een slachtoffer kan zich ook gehoord voelen als zijn standpunt door een gemachtigde wordt verwoord.

Het advies kan uiteraard worden tegengesproken door de verdediging en ook door de officier van justitie. En deze reactie zal scherp kunnen zijn. De rechter kan een deugdelijk advies immers volgen. Maar het lijkt mij zeer de vraag of het slachtoffer dan ook als getuige moet worden gehoord. Zolang het slachtoffer of zijn gemachtigde zich beperkt tot een advies over de zaak lijkt er geen reden om hem als getuige te horen. Anders ligt dat als het slachtoffer met nieuwe informatie op de proppen komt of met nieuwe beschuldigingen komt. Dan zal hij hierover uiteraard als getuige kunnen worden bevraagd. Hetzelfde geldt overigens ook al bij het huidige spreekrecht. Hoe dan ook, een goed geïnformeerd slachtoffer kan zelf beslissen of hij dit risico wil lopen.   

Het adviesrecht komt echter niet alleen tegemoet aan de wens van een groep slachtoffers om zich over méér te mogen uitlaten dan de gevolgen die het strafbare feit bij hem teweeg heeft gebracht. Door het adviesrecht zal het slachtoffer een factor van belang worden en serieus moeten worden genomen. Dit zal als hefboom kunnen werken waardoor de positie van slachtoffers in de strafrechtelijke procedure verbetert. Hetgeen juist tot minder secundaire victimisatie zal leiden. Ik geef enkele voorbeelden.

Het adviesrecht zal - iets schijnbaar kleins - tot gevolg hebben dat een slachtoffer niet naar de publieke tribune wordt verwezen met degene die hem bijstaat, zoals nu nog vaak gebeurt, maar desgewenst een plek moet worden gegeven die past bij zijn rol als procesdeelnemer. Dit zal voor een slachtoffer van grote betekenis kunnen zijn.

Het adviesrecht zal verder tot gevolg hebben dat de officier van justitie eerder een open oor heeft voor hetgeen het slachtoffer tijdens het vooronderzoek te zeggen heeft over de zaak. Hetzelfde geldt als het slachtoffer graag een contactverbod als bijzondere voorwaarde of als maatregel opgelegd ziet. Het zal een stimulans zijn om meer werk te maken van het slachtoffergesprek voorafgaand aan de zitting. Nu hebben sommige officieren een nogal beperkte opvatting hebben over het slachtoffergesprek. Zij willen het slachtoffer bijvoorbeeld vaak geen (voorlopige) mededeling doen over de straf die zij denken te gaan eisen of hun mening niet prijsgeven over de vordering benadeelde partij. Soms wordt een gesprek zelfs ten onrechte niet aangeboden of door een collega officier uitgevoerd of het slachtoffer wordt pas ter elfder ure uitgenodigd. Een officier van justitie zal niet graag pas op de zitting met bijvoorbeeld een goed onderbouwd afwijkend standpunt van het slachtoffer worden geconfronteerd om een contactverbod aan de verdachte op te leggen, omdat hij eerder niet heeft willen luisteren naar het slachtoffer.

Ook het recht van het slachtoffer om van de voor hem van belang zijnde processtukken kennis te mogen nemen zal door het adviesrecht beter moeten worden uitgevoerd. Zelfs sinds de verruiming van de mogelijkheid voor het slachtoffer om van de processtukken kennis te nemen per 1 januari 2013 (Wet herziening regels betreffende de processtukken in strafzaken) weigeren officieren soms zonder de verplichte machtiging van de rechter-commissaris kennisneming van (bepaalde) processtukken (zie Rechtbank Zeeland-West-Brabant 19 mei 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:3256). Het mag duidelijk zijn dat indien het slachtoffer van zijn adviesrecht gebruik wil maken, het noodzakelijk is dat hij van all stukken kan kennisnemen. Is hij hiertoe niet in staat gesteld dan zal de zaak moeten worden aangehouden.

Zo zal het adviesrecht langs verschillende wegen kunnen bijdragen aan het gevoel van procedurele rechtvaardigheid van het slachtoffer. De kans op secundaire victimisatie door slachtofferonvriendelijk optreden van officials in de strafrechtelijke procedure zal juist verminderen.

Mr. A.H. Sas is beleidsmedewerker juridische zaken bij Slachtofferhulp Nederland.


Bron afbeelding: www.themunicheye.com

 

 

 

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.