Hartekreet: Innoveren van de rechtspraak is geen luxe maar noodzaak!

De recente berichten over de slechte financiële situatie van de Rechtspraak en de stopzetting van een deel van het digitaliseringsprogramma KEI zouden er toe kunnen leiden dat de organisatie als een konijn in de koplampen kijkt. Is daar reden toe? Ja en nee.

Ja, omdat de situatie nieuw is voor de Rechtspraak. Niet eerder was er sprake van zulke grote financiële tekorten en een deels vastgelopen digitaliseringsprogramma. Nee, omdat er ook hoopvolle ontwikkelingen zijn. Diverse veelbelovende initiatieven tonen de kansen die technologische en sociale innovatie heeft te bieden. Ook de Rechtspraak blijft een organisatie waar bevlogen mensen met denkkracht en goede ideeën werken. Deze mensen ruimte bieden en innovatie faciliteren is cruciaal om voor de toekomst rechtsbescherming en rechtsstatelijke waarden te kunnen garanderen. Het is wat ons betreft daarom cruciaal dat de keuzes waar de Rechtspraak momenteel voor staat niet alleen vanuit het hier en nu worden gemaakt. Ze dienen ook te worden ingegeven vanuit de rol en positie van de rechtspraak en het belang van rechtsbescherming op de langere termijn. Wil de Rechtspraak een rechtstatelijk alternatief kunnen (blijven) bieden voor ontwikkelingen als eCourt1 dan zullen bevlogen mensen ook in de huidige omstandigheden gefaciliteerd en geïnspireerd moeten blijven.2 Die noodzakelijke blik op de toekomst impliceert dat innovatie nu niet het slachtoffer mag worden van bezuinigingen.

Alvorens ons punt toe te lichten staan we eerst kort stil bij deze bezuinigingen. Nog maar een paar jaar geleden lukte het de Rechtspraak om binnen het beschikbare budget te blijven. Sterker nog, de Rechtspraak slaagde er zelfs in om uit eigen middelen het digitaliseringsprogramma grotendeels te financieren. Hoe kan het dat in een paar jaar tijd de financiële situatie zo verslechterd is? Het is in de eerste plaats van belang te weten dat de Rechtspraak werkt met een stelsel van outputfinanciering. Dit wil zeggen dat de Rechtspraak afspraken maakt met de minister van Justitie en Veiligheid over de vergoeding per zaak. Die vergoedingen zijn niet per definitie kostendekkend. In deze vergoedingen zijn overigens alle kosten van de Rechtspraak verdisconteerd; van personeelskosten tot de bedrijfsvoering. Hoe meer zaken de Rechtspraak afdoet, hoe hoger het budget zou moeten zijn en vice versa. Dit betekent dat de Rechtspraak daarom afhankelijk is van de instroom van zaken.

De cijfers van de afgelopen jaren laten zien dat op alle fronten sprake is van een verminderde instroom van zaken. Dit heeft een direct effect op het budget van de Rechtspraak. Maar er is meer aan de hand. Als je de instroom van de afgelopen jaren analyseert, dan blijkt dat de relatief lichte zaken in aantal afnemen en het aandeel van zwaardere en complexere zaken toeneemt. In de eerste plaats is dit het gevolg van politieke keuzes. In het strafrecht zien we – onder meer door de ZSM-afdoening door het Openbaar Ministerie en door de terechte focus op de aanpak van zware criminaliteit – een verschuiving van het aantal lichtere strafzaken naar zwaardere zaken. In het civiele recht loopt het aandeel lichte en eenvoudige zaken terug als gevolg van de verhoging van de griffierechten. De relatief zwaardere en complexere civiele geschillen blijven daardoor over. Bij dit alles speelt ook de toenemende complexiteit van wetgeving een rol.

De balans die ten grondslag ligt aan het stelsel van outputfinanciering is inmiddels stevig verstoord geraakt.3 Doordat onvoldoende geld beschikbaar is om de tijd te nemen voor een goede behandeling van zaken maar de Rechtspraak deze tijd desalniettemin neemt, tegen de financiële druk in, ontstaat er een fors financieel tekort. Dat deze nieuwe financiële werkelijkheid nu op de agenda staat is niet verwonderlijk, maar de vraag is: hoe nu verder?

Lang is gedacht dat het digitaliseringsprogramma KEI binnen enkele jaren zou leiden tot aanzienlijke besparingen. De problemen binnen KEI hebben er echter toe geleid dat de baten die gepaard zouden gaan met KEI niet gerealiseerd zijn, terwijl die baten wel al zijn verwerkt in de hiervoor genoemde zaaksvergoedingen. Over wat fout is gegaan binnen KEI is al veel gezegd en geschreven. Terugkijkend kunnen we vaststellen dat de ambities te hoog waren en dat daar een hoge prijs voor is betaald. Niet alleen in financiële zin, maar ook op menselijk vlak; denk hierbij aan alle ketenpartners en medewerkers die er tijd en energie in gestoken hebben en/of in onzekerheid zitten over hun baan. Ook heeft het project de verhoudingen binnen de Rechtspraak onder druk gezet en de reputatie van de Rechtspraak bij de politiek en in de samenleving geen goed gedaan.

Toch is de stap naar digitalisering wat ons betreft een onherroepelijke. Dat geldt voor onze huidige samenleving en dus ook voor de Rechtspraak. Natuurlijk, het is ingewikkeld om techniek en inhoud goed met elkaar te verweven zonder dat het te complex wordt. Om nog maar niet te spreken over een goede transitie. De onherroepelijke stap naar digitalisering betekent voor de Rechtspraak in ieder geval dat strakker gestuurd zal moeten worden op de uniformiteit van de werkprocessen, dat iedereen die binnen de rechterlijke macht werkzaam is zich sneller conformeert aan best practices en dat de besluitvorming over de digitalisering wordt vereenvoudigd. De organisatie is krachtig, energiek en professioneel genoeg om met alles wat er is geleerd de digitalisering van de rechtspraak in volle vaart op te pakken - en dat gebeurt ook. Illustratief zijn de resultaten die geboekt zijn bij de digitalisering binnen het strafrecht, asiel- en bewaringszaken en op het gebied van toezicht. De professionals die elkaar ontmoeten in de landelijke vakinhoudelijke overleggen zijn, net als destijds bij het opstellen van de rolreglementen, in staat de inhoud zo te uniformeren dat digitalisering kan plaatsvinden. En er worden goede stappen gezet in de vereenvoudiging van het besluitvormingsproces binnen de Rechtspraak.

Kortom, onze zorg gaat op dit moment niet direct uit naar de digitalisering die met KEI in gang is gezet. Wij hebben er vertrouwen in dat deze transitie, net als binnen andere organisaties die tegen problemen aanliepen, binnen redelijke termijn alsnog succesvol wordt afgerond. Onze echte zorg is ingegeven vanuit de vrees dat het bij deze ‘klassieke’ innovatie blijft. Dat, mede onder druk van bezuinigingen, verdere innovatie op de lange baan wordt geschoven. Dat de voorzichtige pilots die de Rechtspraak momenteel initieert om bij te blijven in ontwikkelingen als data-analyse, kunstmatige intelligentie en blockchain worden stopgezet. Die houding is echter voor de langere termijn funest. In feite heeft KEI laten zien wat er gebeurt als je als organisatie te laat anticipeert op een veranderende wereld. En dat gevaar ligt nu wederom op de loer. Maar terwijl de Rechtspraak zich bekommert om de financiële problemen en het vastlopen van KEI, gaan de grote veranderingen in de samenleving gewoon door. En uiteindelijk wordt de Rechtspraak toch geconfronteerd met de vragen en behoeften die deze veranderingen oproepen.4 Allereerst omdat burgers en bedrijven op enig moment van de overheid – en dus ook de Rechtspraak – verwachten dat bepaalde technieken worden toegepast. Kortom, het gaat dan niet alleen om het kunnen aanbieden van digitale dienstverlening zoals deze nu met KEI wordt ingezet. De verwachting zal evenzeer zijn dat de voordelen die data analyse, kunstmatige intelligentie en blockchain bieden door de Rechtspraak worden benut. Natuurlijk moet de Rechtspraak daarin een eigen weg weten te vinden en scherp voor ogen houden welke randvoorwaarden en welk moreel kompas hebben te gelden bij het benutten van deze technieken.5 Maar de ontwikkelingen nu volstrekt negeren of vooruit schuiven is ook voor de Rechtspraak geen optie. 

Belangrijk bij dit alles is het besef dat technologie geen neutraal instrument is. De technologische veranderingen in de samenleving hebben ook sociale gevolgen. Het wordt steeds duidelijker dat de digitalisering van de samenleving tot een tweedeling leidt. Terwijl sommigen de nieuwe kansen volop benutten, vindt een ander deel van de bevolking steeds lastiger aansluiting bij deze nieuwe werkelijkheid. Met als gevolg dat ze kansen missen en bepaalde diensten niet langer voor hen beschikbaar zijn. Maar de Rechtspraak is er voor iedereen en moet zich daarom ook voor deze laatste groep burgers blijven inzetten. Dat betekent dat binnen de rechtspraak technologische en sociale innovatie hand in hand hebben te gaan. En ook dit vraagt om innovatie, kennis van de implicaties van digitalisering en ruimte voor projecten die een alternatief kunnen bieden voor mensen die niet in de digitaliseringsslag mee kunnen komen.6 Illustratief voor de kansen die hier liggen zijn de projecten die werden gepresenteerd tijdens de op 7 juni jl. door de Raad voor de rechtspraak georganiseerde middag over sociale innovatie. Illustratief zijn de pilot Aanpak huiselijk geweld van de rechtbank Rotterdam, het project Community Court van de rechtbank Oost-Brabant, de buurtrechter van de rechtbank Den Haag en vele andere initiatieven die de relevantie van het werk van de rechter voor het leven van mensen moeten verhogen.

Maar niet alleen op het gebied van sociale innovatie is het één en ander in beweging. Ook als het gaat over technologische vernieuwing ontstaan veelbelovende initiatieven. Zo loopt er in de rechtbank Oost-Brabant een kleinschalig experiment op het gebied van robotics process automation. Dit project beoogt repeterende administratieve taken te automatiseren, zodat zaken sneller kunnen worden behandeld waardoor medewerkers meer tijd kunnen besteden aan de kwalitatieve aspecten van een zaak. De Informatievoorzieningsorganisatie (IVO) van de Rechtspraak heeft het experiment inmiddels geadopteerd en wil inzetten op een bredere toepassing binnen de Rechtspraak. Ook de mogelijkheden om met behulp van data science de rechtspraak niet alleen effectiever te laten werken maar ook de kwaliteit te verbeteren, liggen onder handbereik. Door het analyseren van beschikbare data worden verbanden zichtbaar waardoor zaken efficiënter zijn te organiseren. En met behulp van data-analyse valt gerichter in kaart te brengen wanneer en waar behoefte is aan bepaalde kennis. Aldus kunnen zowel de rechter als secretaris de helpende hand worden geboden bij het voorbereiden van de zaak. Dit type kennis en inzichten zijn te verkrijgen over de rechtsgebieden en over de locaties heen. Een paar maanden geleden is Floris Bex in het kader van een samenwerkingsverband van de rechtbank Oost-Brabant, de Universiteit van Tilburg, Jheronimus Academy of Data Sciences (JADS) en de Raad voor de rechtspraak, benoemd tot hoogleraar Rechtspraak en data science.7 Hij gaat helpen bij het verkrijgen van meer inzicht in de mogelijkheden van data science en kunstmatige intelligentie. Een laatste voorbeeld is blockchain. De toepassing hiervan kan van grote betekenis zijn voor de Rechtspraak. Denk bijvoorbeeld aan de toepassing van blockchain bij de inning van griffierechten.

De genoemde initiatieven ontstaan haast geruisloos. Ze zijn geïnitieerd door rechters en (juridisch)medewerkers die nog meer voor partijen willen betekenen en daarvoor naar nieuwe wegen zoeken. Maar op enig moment moet worden opgeschaald en is meer nodig dan individueel initiatief en de ondersteuning die bijvoorbeeld het Platform Innovatieve Projecten (PIP) kan bieden. Bredere financiering, implementatie, inbedding en acceptatie zijn dan cruciaal. Dat vraagt om investeringen en commitment. Investeringen en commitment in financiële zin vanuit niet alleen het Rechtspraakbudget maar ook het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Maar ook investeringen en commitment in de zin van de bereidheid de noodzakelijke stappen te zetten. Bereidheid die is ingegeven vanuit de overtuiging dat innovatie niet slechts een kwestie is van en voor bevlogen individuen en een organisatie die werkprocessen aanstuurt. Die overtuiging moet vooral ook zijn gestoeld op het intrinsieke belang van de Rechtspraak als instituut van onze democratische rechtsstaat.8 Een belang dat in een hoogtechnologische toekomst evenzeer moet zijn gegarandeerd.

 

 

  1. http://www.njb.nl/blog/a-court-with-no-face-and-no-place.28346.lynkx
  2. https://www.eerstekamer.nl/behandeling/20180221/verslag_van_een
  3. http://www.njb.nl/blog/financiering-van-de-rechtspraak-in.19968.lynkx
  4. https://www.rechtspraak.nl/Uitspraken-en-nieuws/Themas/rechter-van-de-toekomst/Paginas/scenarioplanning.aspx
  5. AI en de Rechtspraak, Corien Prins en Jürgen van der Roest, NJB 4 2018: http://www.njb.nl/magazines/njb-4-(2018).27930.lynkx
  6. https://www.nrc.nl/nieuws/2017/09/06/burger-verdwaalt-op-mijnoverheidnl-12867500-a1572446
  7. https://www.mr-online.nl/leerstoel-data-science-in-rechtspraak-opgericht/
  8. AI en de Rechtspraak, Corien Prins en Jürgen van der Roest, NJB 4 2018: http://www.njb.nl/magazines/njb-4-(2018).27930.lynkx

 

 

 



Corien Prins

Naam auteur: Corien Prins
Geschreven op: 4 september 2018

Hoogleraar Recht en Informatisering aan de Universiteit van Tilburg
Christa Wiertz-Wezenbeek

Naam auteur: Christa Wiertz-Wezenbeek
Geschreven op: 4 september 2018

President rechtbank Oost-Brabant

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Frits Jansen schreef op :
Wereldvreemde juristen moeten zakelijk leren denken. Kostendekkende, ja, winstgevende griffierechten zijn volkomen op hun plaats bij zakelijke geschillen waar bedrijven ook dure advocaten voir inhuren. Dat zijn gewoon bedrijfskosten.
Over tien jaar zal hier een discussie losbarsten of de vette winsten die de rechtspraak tegen die tijd maakt wel in de staatskas moeten vloeien.



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.