Gross Domestic Happiness

Volgens de econoom Richard Layard – schrijver van ‘Happiness’1 –  moet de belasting op arbeidsinkomen omhoog. Dat draagt bij aan het geluk van de bevolking. Layard verbaasde zich over het gegeven dat onderzoek steeds uitwijst dat wij in het westen sinds de jaren vijftig niet gelukkiger zijn geworden hoewel ons reële inkomen is verveelvoudigd.

In het VK en in de VS is de geluksbeleving überhaupt niet toegenomen en in continentaal Europa maar heel licht. Ook onder het minst rijke deel van de bevolking niet, hoewel dat deel toch veel meer grensnut heeft van welvaartstijging dan het rijkste deel. Layard concludeert: “If extra income has done so little to produce a happier society, there must be something quite wasteful about much of it.”

Hoe kan dat? Layard legt uit dat mensen streven naar status, maar dat elke statusverbetering van de één statusvermindering voor anderen betekent: een zero sum game. Layard citeert Gore Vidal: “It is not enough to succeed; others must fail”. Hij wijst op onderzoek naar 750 Oscar-genomineerde overleden acteurs: zij die de Oscar daadwerkelijk hadden gewonnen, leefden gemiddeld vier jaar langer dan zij die hem niet hadden gekregen. Mensen in hoge rangen blijken gemiddeld 4,5 jaar langer te leven dan mensen in lage rangen. Die verschillen kunnen niet verklaard worden door verschillen in roken, drinken, dieet, etc.  De geluksbepalende factor van inkomen en status blijkt uitsluitend relatief: als iederéén meer verdient, wordt niemand daar significant gelukkiger van, behalve beneden de armoedegrens. Andersom: als iemand relatief minder gaat verdienen dan de ander, wordt hij daar ongelukkiger van, al is zijn koopkracht niet veranderd. Mensen verwachten veel meer welzijnsverbetering van inkomensverbetering dan in werkelijkheid optreedt.

Layard betoogt daarom dat het inkomensstreven (“the rat race”) ontmoedigd moet worden: het gaat ten koste van factoren die géén zero sum game zijn, maar juist wél bewezen blijvende geluksverbetering kunnen opleveren, zoals met vrienden of geestverwanten een common good nastreven, en zorg en aandacht voor je naasten: “Every time people raise their relative income (which they like), they lower the relative income of other people (which those people dislike). This is an external disbenefit imposed on others, a form of physical pollution. (…). The whole process produces no net social gain, but may involve a massive sacrifice of private life and time with family. It should be discouraged.” Dan volgt de inkopper: belasting kan een inherent correctiemechanisme zijn op ongelukkig makend gedrag. Layard ziet belasting op arbeidsinkomen als een milieuheffing: zo’n belasting brengt de kosten van sociale en emotionele vervuiling door (over)werk in rekening, zodat mensen met die vervuiling rekening gaan houden. Wordt het belastingniveau goed ingesteld, dan wordt die psychische vervuiling teruggebracht tot het efficiëntste niveau en maken mensen een gezondere afweging: “Thus a tax on noxious emissions will reduce these emissions, and a tax on income from work will reduce work. (…). (Taxes) are helping to preserve our work-life balance.”

Layard citeert ook onderzoek onder 900 Texaanse werkende vrouwen naar de invloed van (i) hun bezigheid en (ii) hun gezelschap op hun dagelijkse geluk. De twee bezigheden waarbij zij rapporteerden het gelukkigst te zijn, waren (op een schaal van 1 t/m 5): sex (waardering 4,7) en socializing (4,0). Shopping kwam pas op plaats 8 (3,2), ná bidden/mediteren (plaats 4, waardering 3,8) en TV kijken (plaats 7, waardering 3,6). Opmerkelijk was ook dat taking care of my children (plaats 11, waardering 3,0) het aflegde tegen talking on the phone (plaats 10, waardering 3,1). De twee minst geluk producerende bezigheden waren werken (plaats 14, waardering 2,7) en forenzen (plaats 15, waardering 2,6). Het gezelschap dat het hen gelukkigst maakte, was, in aflopende volgorde: vrienden, familie, echtgenoot, kinderen, cliënten, collegae, jezelf, en de baas. Layard observeert: “Only the boss’s company is worse than being alone.”

Nu is Layard een gelovige: een overtuigde aanhanger van Jeremy Bentham, de grondlegger van het utilitarisme en van het Greatest Happiness Principle: de beste maatschappij is die waarin de burgers het gelukkigst zijn. Deze Bentham had overigens bepaald dat zijn lijk na zijn overlijden zittend opgezet moest worden. Dit auto-icon werd in 1850 verworven door zijn universiteit, het University College London. Bij bijzondere gelegenheden wordt Bentham thans aangeschoven bij zittingen van het Collegebestuur, waar hij dan geregistreerd wordt als “present, but not voting”.
Slechts één land ter wereld is daadwerkelijk overgestapt van gross domestic product op gross domestic happiness: Bhutan. Helaas liet de koning in 1999 ook TV toe tot zijn koninkrijk, “including Rupert Murdoch”, waardoor de Bhutaners toegang kregen tot “the usual mixture of football, violence, sexual betrayal, consumer advertising, wrestling and the like,” met als gevolg een “sharp increase in family break-up, crime and drug taking”, aldus Layard.

Belasting als geluksverbeteraar. Echt? Het zal Layard goed doen dat uit neurologisch onderzoek inmiddels blijkt dat belasting betalen het beloningscentrum in onze hersenen activeert net zo als wanneer we lekker eten of een zelfgekozen goed doel steunen. Belasting maakt inderdaad een fatsoenlijke, op het recht gebaseerde, goed georganiseerde, vooruit: gelukkige samenleving mogelijk. Gordon Gekko2 had ongelijk: greed is not good. Waarom willen mensen dan toch niet (meer) belasting betalen? Dat willen zij niet als (zij denken dat) zij bijdragen aan rijkaards die niet bijdragen. Dus, beleidsmakers: respecteer strikt het gelijkheidsbeginsel (géén fiscale privileges), zowel bij de wetgeving als bij de uitvoering. En bestrijdt excessieve inkomensongelijkheid: de gelukkigste en succesvolste landen zijn de egalitaire die op vertrouwen zijn gebaseerd.


Dit Vooraf is verschenen in NJB 2014/1016, afl. 20, p. 1363.


Bron afbeelding: www.zenworkplace.com

 

1. Richard Layard: Happiness; Lessons from a new Science, Penguin books, 2005.
2. Michael Douglas won een Oscar met die rol. Hij gaat dus statistisch 4 jaar langer leven dan de rest.

Naam auteur: Peter Wattel
Geschreven op: 19 mei 2014

Advocaat-generaal bij de Hoge Raad en hoogleraar Europees belastingrecht Universiteit van Amsterdam

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.