Grenzen aan de groei

Natuurlijk ging het ook deze 3e dinsdag in september over groei. De regering kondigde onder meer een breed opgezette groeiagenda en een investeringsfonds aan. Maar de Troonrede begon daar niet mee: “Behoud en versterking van alles wat is bereikt, is onze verplichting aan de generaties na ons.” En dat gaat niet zonder grootschalige veranderingen: “Met het pensioenakkoord en het klimaatakkoord verzetten we als land de bakens voor de middellange en lange termijn. Ook de generaties na ons hebben recht op een goed pensioen, schone lucht en een leefbaar land.”

De Koning las het niet hardop voor, maar het lag wel tussen de regels verborgen: er zijn grenzen aan de groei. Het is niet langer ‘meer, meer, meer’. Niet steeds is sprake van een ‘win-win’-situatie en we kunnen ook niet alles overal, laat staan tegelijk (natuur, festivals, verhoging van de maximumsnelheid, woningbouw, intensieve landbouw, bedrijventerrein). Steeds vaker mag dat gewoon niet: “Zo dwingt een gerechtelijke uitspraak over de uitstoot van stikstof te zoeken naar een nieuwe aanpak, waarbij ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk blijven.”

Het is duidelijk dat de Troonrede doelde op de ­Programma Aanpak Stikstof-uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak (RVS:2019:1603). Hier tovert de bestuursrechter niets nieuws uit zijn ivoren toren, zoals de media wel eens suggereren, maar herinnert hij andere staatsmachten aan de verplichtingen die voortvloeien uit een door hen zelf aangegaan juridisch kader. Dat zelfopgelegde kader dwingt die andere staatsmachten nu tot het maken van keuzes. We kunnen niet alles tegelijk.
Het kabinet had de Koning in dezelfde adem ook een opmerking kunnen laten maken over het bevel van de civiele rechter in de Urgenda-zaak tot het terugdringen van de CO2-­uitstoot (GHDHA:2018:2591) dat al ­enige tijd noopt tot een nieuwe aanpak en lastige, pijnlijke keuzes. Die keuzes heeft ook het Haagse hof aan de andere staatsmachten gelaten.1

Het kabinet heeft Prinsjesdag niet met Urgenda belast. Daarmee ontbrak weliswaar een verwijzing naar de civiele rechter en het privaatrecht in de Troonrede, maar de uitdagingen voor de samenleving laten ook privaatrecht en civiele rechter niet onberoerd.

Ook het privaatrecht heeft een ‘groei’ doorgemaakt. In een NJB-artikelenreeks over Schaalvergroting in het vermogensrecht ging het in 1995 onder meer over de opkomst van het consumentenrecht als tegenwicht voor massaproductie, massadistributie en massaconsumptie. Verder was er veel aandacht voor afwikkeling van massaschade met de zaak van de DES-dochters als inspiratiebron.

Deze lijn is daarna doorgetrokken. De consumentenbescherming heeft zich als inktvlek over het BW verspreid en het vermogensrecht heeft zich aangepast aan een werkelijkheid waarin ook financiële ‘producten’ (effectenlease, renteswaps) voor ellende zorgen. Dit voorjaar is met de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie bovendien een nieuw wapen in de strijd tegen massaschade (bijvoorbeeld door woekerpolissen, sjoemelsoftware, kartels) geïntroduceerd: de collectieve schadevergoedingsactie.

Maar vergelijking met de situatie in 1995 brengt ook in beeld dat het destijds ging om aanpassing van het privaatrecht aan schaalvergroting en massalisering, terwijl het inmiddels ook gaat om grootschalige verandering door het privaatrecht.

Zo is het privaatrecht soms een ideaal vehikel vanwege de vrijheid die het biedt. Daarvan maakt de Nieuwe ­Economie (platformeconomie, ‘klusjeseconomie’, circulaire economie, deeleconomie) dankbaar gebruik. Tegelijkertijd vragen projecten als duurzaam wonen en circulair bouwen, die inzetten op een verschuiving van bezit naar gebruik en daarbij profiteren van het verbintenissenrecht, ook om modernisering van het goederenrecht.

Soms wordt het privaatrecht als proeftuin gebruikt zoals bij de aanpak van de scherpe kanten (overlast, ongelijk speelveld, veiligheidsrisico’s) van nieuwe vaak ook door platformtechnologie gedreven fenomenen als Airbnb. Klassieke regulering en handhaving of de flexibiliteit van het contractenrecht benutten en afspraken maken met aanbieders zoals (aanvankelijk) in Amsterdam met Airbnb is gebeurd?

In weer andere gevallen wordt het privaatrecht als breekijzer ingezet om de status quo te veranderen. Steeds vaker zullen private actoren overheden en bedrijven aanspreken op hun verantwoordelijkheden (public interest litigation): soms voor het verleden (schadevergoeding) maar in andere gevallen juist ook voor de toekomst (Urgenda). Dan gaat het om een schadevoorkomingsclaim die aanstuurt op een rechterlijk verbod of bevel.

Ons verbaast nu het ongemak in de artikelenreeks uit 1995 over rechtsvormende beslissingen van de Hoge Raad (IZA/Vrerink, DES-dochters). In zijn jongste Jaarverslag legt de Hoge Raad onomwonden de nadruk op rechtsvorming en rechtsontwikkeling. En hij weet zich daarin opgeroepen en gesteund door de wetgever gelet op art. 392 Rv (prejudiciële vragen) en art. 81 RO. Prejudiciële vragen zijn met succes ingezet bij de aanpak van ‘gevaarlijke’ financiële producten (HR:2019:1046) en het afwikkelen van aardbevingsschade in Groningen (HR:2019:1278) maar ook bij de kinderziektes van de WWZ. Langs deze weg kan een enkele beslissing relatief snel duidelijkheid creëren voor zeer veel zaken tegelijk.

De Koning sprak het zelf uit: grote veranderingen zijn aanstaande in het belang van volgende generaties. Met Urgenda heeft de vraag naar de ‘grenzen aan de groei’ de agenda van de hoogste civiele rechter bereikt. Men hoeft geen ziener te zijn om te voorspellen dat de Hoge Raad in de toekomst vaker, langs reguliere weg of juist via de prejudiciële route, met ‘zware’ dossiers zal worden geconfronteerd waarin grote belangen en vergaande consequenties aan de orde zijn en mogelijk ook, zoals in Urgenda, de verhouding tot andere staatsmachten in geding is. Het is de ultieme consequentie van de ontwikkeling die privaatrecht en civiele rechtspraak hebben doorgemaakt. Zij zal mogelijk veel heil brengen, maar reserves zijn er ook. Zo zal zij uiteindelijk niet alleen de rechtsvormende kwaliteiten, maar ook de afhandelingscapaciteit en het probleemoplossend vermogen van de hoogste civiele rechter op de proef stellen. Ook aan dit front zijn er uiteindelijk grenzen aan de groei.

 

Dit Vooraf wordt gepubliceerd in NJB 2019/1992, afl. 32

 

  1. Zo ook plv. P-G Langemeijer en A-G Wissink in hun conclusie (ECLI:NL:PHR:2019:887).
Ton Hartlief

Naam auteur: Ton Hartlief
Geschreven op: 23 september 2019

Advocaat-generaal bij de Hoge Raad en hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit Maastricht

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Frits Jansen schreef op :
"Grenzen aan de groei" is een Groenlinks stokpaard.
Uiteraard moet het milieu in acht worden genomen, maar de groei kan ook "milieu-neutraal" plaatsvinden, onder het motto "geld moet rollen". Allerlei nieuwwe vormen van dienstverlening veraangenamen het leven- en doen de economie groeien.
Innovatieve overeenkomsten kunnen ook tot groei leiden zonder schade.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.