Een Rechtszaak uit Liefde

Met de beelden van de enorme ravage die supertyfoon Haiyan heeft achtergelaten en de ellende die deze heeft veroorzaakt nog op het netvlies, is het een serieuze vraag. Moeten we in de strijd tegen (de gevolgen van) klimaatverandering ons heil zoeken in het aansprakelijkheidsrecht? Onzin, prematuur, ongewenste ‘verjuridisering’ werd in 2007 nog opgetekend in een  redactioneel in Contracteren (p. 53). Sinds 20 november jl. is het in ieder geval werkelijkheid voor Nederland.

De Staat der Nederlanden is op die dag gedagvaard door de Stichting Urgenda. Belangrijkste inzet: de Staat dwingen eindelijk serieus werk te maken van het terugdringen van de CO2-uitstoot in het belang van onszelf en degenen die na ons de wereld bevolken. Een Rechtszaak uit Liefde, zo heet het op www.wijwillenactie.nl. Dat klinkt wat soft, maar de dagvaarding spreekt de harde taal van het onrechtmatige daadsrecht.

Het is het sluitstuk van een reeks ontwikkelingen in het aansprakelijkheidsrecht. Het aansprakelijkheidsrecht werd een instrument in handen van beleidsmakers en politiek. Zij zetten hun geld op burgers en bedrijven die door aansprakelijkheidsrechtelijke remedies in te zetten onder meer gelijke behandeling bevorderen en discriminatie tegengaan, de kwaliteit van de dienstverlening door vrije beroepsbeoefenaren en banken bevorderen en aan een veiliger werkomgeving bijdragen. Claimanten zijn zo pionnen op het schaakbord van beleidsmakers en politici. We stellen ons in dit verband zelfs de vraag of het sanctiearsenaal niet moet worden uitgebreid met punitive damages. Weliswaar loopt dat nog zo’n vaart niet, mag onder meer uit de meest recente berichten uit ‘Brussel’ worden afgeleid  (Giesen, NTBR 2013/33), maar we zetten in ieder geval geld op de handhavende burger en hopen dat hij in het offensief komt tegen onrecht. Zo geeft hij uiteindelijk uitvoering aan de beleidsagenda van anderen.

Inmiddels zien we dat burgers ook hun eigen beleidsagenda hebben. In die termen zou je  kunnen spreken over de opkomst van de ‘publiek-belang gerelateerde’ civiele procedures (Rijnhout e.a., NTBR 2013/20, onder 2.2.). Typerend zijn de foreign direct liability claims waarvan de tegen Shell gerichte claims terzake van activiteiten in Nigeria een actueel voorbeeld zijn. Eisers zoeken hun heil in schending van mensenrechten door lokale dochterbedrijven en verantwoordelijkheid daarvoor van het Westerse moederbedrijf (Enneking, NJB 2013/607). Niet dat ze onmiddellijk succes boeken, maar het recht is hier duidelijk in ontwikkeling. Het aansprakelijkheidsrecht wordt zo een wapen in handen van burgers in hun strijd tegen elders begaan onrecht. Hier sluit de boodschap van Castermans’oratie goed bij aan (De burger in het burgerlijk recht). Gegrepen door het maatschappelijk verantwoord ondernemen dat steeds meer ondernemingen brengt tot ‘net’ en ‘schoon’ produceren en verkopen, ziet hij nieuwe ‘in Nederland levende rechtsovertuigingen’ (vgl. art. 3:12 BW) ontstaan die bijvoorbeeld consumenten een handvat geeft minder welwillende ondernemingen contractueel (‘dit product functioneert prima, maar heeft toch niet de eigenschappen die ik mocht verwachten, omdat werknemers worden uitgebuit’ (art. 7:17)) of buitencontractueel aan te pakken. Zo kan de Nederlandse burger zijn bijdrage leveren aan de verwezenlijking van mensenrechten, maar ook aan het behoud van de regenwouden en aan bescherming van vis- en diersoorten.

Wanneer burgers serieus worden genomen als private rechtshandhavers én onder het mom van bescherming van mensenrechten en ‘mvo’ grote thema’s op de agenda van het privaatrecht zijn terechtgekomen (voorkomen van kinderarbeid, uitbuiting, duurzaam gebruik van schaarse middelen), is het natuurlijk een kwestie van tijd dat deze burgers zich gaan richten tegen hun eigen autoriteiten om hen te dwingen tot een grotere dadendrang bij moeilijke dossiers. Het aansprakelijkheidsrecht wordt daarbij als breekijzer gebruikt, niet om schade vergoed te krijgen maar juist om (verdere) schade te voorkomen. Verklaringen voor recht en rechterlijke verboden of bevelen moeten de overheid in de gewenste richting krijgen. Het is een recept dat onder meer in werken van Spier (Shaping the Law for Global Crises, Eleven, 2012) en Cox (Revolutie met recht) naar voren komt. In uiterste instantie doet men een beroep op het recht (‘Alleen het recht kan ons nog redden’) en op de rechterlijke macht. Dat is precies wat we nu zien in de door Urgenda (met Cox als raadsman) aanhangig gemaakte zaak:

“We moeten nu samen de gevaarlijke klimaatverandering keren, anders laten we de generaties na ons een onleefbare wereld na. Burgers zullen hun leiders moeten helpen met de verduurzaming van de samenleving, stelt Urgenda. Er is nog één democratische macht over, die binnen de rechtsstaat de overheid tot de benodigde klimaatactie kan aanzetten: de rechterlijke macht. ... Deze Nederlandse rechtszaak wordt de eerste in een reeks procedures tegen overheden en politici. Er worden op dit moment meer juridische stappen tegen overheden voorbereid, daarom wordt deze Nederlandse zaak nauwlettend gevolgd door andere landen.” (www.urgenda.nl)

Vorderingen als deze stuiten vrijwel meteen op scepsis. Waarom zou een rechter wel kunnen waartoe de politiek kennelijk niet in staat is? Waartoe kan een rechter de autoriteiten eigenlijk veroordelen? Openen we hier niet een Doos van Pandora (nu gaat het over klimaatverandering, een volgende keer over de consequenties van de miljarden verslindende aanpak van de financiële crisis of over beweerde verkwisting van overheidsgelden aan straaljagers en ander wapentuig)? Natuurlijk zijn dit reële vragen. Hier staat inderdaad de verhouding tussen recht en politiek en de verhouding tussen de diverse staatsmachten centraal. Een rechter die niet wil of durft, kan zich gemakkelijk verschuilen, ook al zal niemand de Urgenda-dagvaarding bij nadere beschouwing als ‘flauwekul’ ter zijde leggen. Dit is een ernstige poging beweging te krijgen in een dossier waarin maar geen beweging te krijgen lijkt. De inzet in deze Rechtszaak uit Liefde is hoog: een leefbare wereld voor de generaties na ons. Ligt een welwillende benadering van het gebruik van het aansprakelijkheidsrecht als breekijzer daarmee niet voor de hand? 


Dit Vooraf is verschenen in NJB 2013/2448, afl. 42, p. 2911.

Bron afbeelding: Piotr Fajfer / Oxfam International

Ton Hartlief

Naam auteur: Ton Hartlief
Geschreven op: 25 november 2013

Advocaat-generaal bij de Hoge Raad en hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit Maastricht

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Frits Jansen schreef op :
Het causale verband tussen CO2 uitstoot en klimaatverandering en zeker de recente ellende op de Philippijnen is veel te onzeker om daar een juridische schadeclaim op te baseren. Je hoeft geen populistische klimaatscepticus te zijn om op z’n minst te betwijfelen of het aandeel in de CO2 uitstoot die onze overheid kan beïnvloeden voor dit effect zorgt. er komen namelijk ook enorme hoeveelheden CO2 in de atmosfeer door het platbranden van oerwouden (om landbouwgrond te verkrijgen voor de teelt van gewassen voor “milieuvriendelijke” biobrandstoffen). Bovendien staat mij bij dat wetenschappers de wereldwijde CO2 balans niet rond weten te krijgen (d som van de bronnen minus de som van de “putten” (sinks) moet op de aanwezige hoeveelheid uitkomen, simpel gezegd).

De wetgever heeft formeel minder bewijs nodig dan de rechter. Maar in de parkrijk soms ook meer. Zo mag – en moet – de rechter ook eventuele (economische) nadelen van een strikte CO2-politiek meewegen. Fossiele brandstof is nog steeds zo goedkoop dat milieumaatregelen veel geld kosten.
a.zecha schreef op :
Een moedig artikel en mijnerzijds een korte bemerking/vaststelling.
Het is m.i. bemerkenswaard dat de Staat der Nederlanden is gedagvaard wegens het niet, althans in onvoldoende mate, nakomen van een internationaal aangegaan verdrag en/of (inspannings)verplichting ter zake van het mondiale milieu.
Het is m.i. daarom zo opvallend vermits de Staat der Nederlanden – niet bedreigd door sancties – kan toelaten dat bedrijven op industrieel niveau in Nederland, die risicovol en/of schadelijk blijken voor de volksgezondheid, hun activiteiten kunnen voortzetten en/of uitbreiden. M.i. mede vanwege voordelen die zij de Staat der Nederlanden opleveren. .
a.zecha

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.