Een levensduurlijst voor producten

De ergernis die ontstaat wanneer een product kapot gaat, is vaak groot. Nog groter is niet zelden de ergernis omtrent het zwartepietenspel dat zich daarna pleegt te ontvouwen met betrekking tot de vraag wie verantwoordelijk is voor de oplossing van het probleem, en dan vooral met betrekking tot de vraag wie de kosten daarvoor moet dragen. Natuurlijk hebben regelgevers in de loop der jaren zich dit probleem aangetrokken en zijn zij de consument met allerlei nadere regeltjes tegemoetgekomen.

Zo is er de fijne bepaling van art. 7:18 lid 2 BW, waarin is vermeld dat een consument die een zaak koopt die binnen een half jaar kapot gaat, kan profiteren van het wettelijk vermoeden dat de zaak dan ook bij de aflevering al een gebrek zal hebben vertoond (en er dus sprake is van wanprestatie van de leverancier). Voor de leverancier valt het niet mee om dit wettelijk vermoeden te ontkrachten.

Het echte probleem zit hem dan ook sindsdien in de overeenkomst over gebruiksgoederen met een langere levensduur. Natuurlijk helpt daar de tweejaarstermijn uit de Richtlijn Koop en Garantie (die de Nederlandse wetgever niet heeft overgenomen onder het motto dat uit de algemene conformiteitsregel geregeld een langere duur heeft voort te vloeien), maar daarbuiten is het met verkopers en fabrikanten vaak kwaad kersen eten. Veel verkopers spelen daar listig op in door de mogelijkheid te bieden van het ‘bijkopen’ van garantie, bijvoorbeeld voor de duur van vijf jaren, maar consumentenorganisaties en toezichthouders zijn daar niet gelukkig mee, op grond van het (juridisch terechte) argument dat het in vele gevallen een sigaar uit eigen doos betreft. Toch schaffen vele consumenten geregeld dit soort ‘bijgaranties’ aan om het gedoe te vermijden, of krijgen zij spijt, zoals ik, dat zij dat niet hebben gedaan wanneer het product alsnog, na verloop van de tweejaarstermijn, de geest geeft en het gedoe begint.

Zijn er dan geen oplossingen te bedenken? Een beetje peinzend naar aanleiding van de droeve, vroege dood van alweer onze vierde espressomachine schoot mij opeens het volgende te binnen. Zou het niet een idee kunnen zijn om fabrikanten te verplichten om een lijst te publiceren waarop de minimaal te verwachten levensduur1 te vinden is van (de belangrijkste onderdelen van) hun producten? Een dergelijke lijst kan dan, in combinatie met een nieuwe wettelijke regeling ter zake, onmiddellijk een einde maken aan flink wat discussies2 over wie verantwoordelijk is voor de kosten van vervanging van (een kapot onderdeel van) een product. Immers, langs dezelfde lijnen als die van art. 7:18 lid 2 BW zou dan de desbetreffende, nog te ontwerpen, regeling kunnen bepalen dat de leverancier jegens de consument verantwoordelijk is indien het gebrek zich voordoet binnen de minimaal voorziene levensduur, behoudens tegenbewijs, terwijl de consument, behoudens tegenbewijs, verantwoordelijk is voor de kosten indien het gebrek zich voordoet nadat de termijn is overschreden. Zo’n wettelijke regeling zou dan ook kunnen omvatten dat de lijst langs dezelfde lijnen rechtens consequenties heeft voor de relatie tussen leverancier, dealer, importeur, fabrikant en toeleveranciers van de fabrikant, zodat ook regres op voorgangers eenvoudiger wordt en minder belast wordt met bewijsproblemen en (dus) met juridische procedures of conflicten.

Een dergelijke lijst zou bovendien gebruikt kunnen worden door kopers om voorafgaand aan een bepaalde transactie op veel eenvoudiger wijze dan nu het geval is,3 inzicht te verkrijgen in, kort gezegd, de kwaliteit en duurzaamheid van een product van een bepaalde leverancier, in vergelijking met een product van een concurrent.4 Immers, je kan zo relatief simpel de total cost of ownership van een product berekenen. Bovendien kan zo’n lijst aardig zijn voor toezichthouders en zou bijvoorbeeld gebruikt kunnen worden om de realiteitswaarde van reclamecampagnes of van aan certificeringsinstanties verstrekte informatie (denk aan bijvoorbeeld de CE-normen) te onderzoeken en te toetsen.

Op dit punt aangekomen, gaat een mens enorm twijfelen. Het kan niet anders of dit simpele idee5 moet al vele malen onderwerp van algemeen debat zijn geweest. Dat lijkt niet het geval, voor zover ik weet. Maar wel is het een feit dat er met betrekking tot sommige productgroepen op basis van zelfregulering opgestelde lijsten blijken te bestaan, maar dan betreft het minder gedetailleerde, minder breed te gebruiken en minder consumentvriendelijke varianten.6 In de huidige wet kijkend valt in ieder geval op dat ook de meest recente juridische constructie ter bescherming van de consument, art. 6:230a-z BW, niet een bepaling bevat die in de buurt komt van de door mij bedoelde lijst.

Als het een goed idee zou zijn om een dergelijke (gedetailleerde) lijst met bijbehorende regelgeving tot stand te gaan brengen, wie zou daarvoor dan de meest geëigende regelgever zijn? Het kan bijna niet anders dan dat dit de Europese regelgever is, omdat er anders allerlei problemen rondom de interne marktwerking zouden kunnen ontstaan. Het behoort bovendien misschien tot het soort regelingen waarmee Europa zich kan profileren jegens haar burgers. Of het wat wordt? We zullen zien.



Dit Vooraf is ook gepubliceerd in NJB 2015/294, afl. 6, p. 355


1. Bij voorkeur op deze wijze te formuleren en niet met bandbreedtes en bijbehorende percentages. Op die manier worden discussies niet voorkomen, maar misschien zelfs gevoed.
2. Ik realiseer mij dat zo’n lijst niet alles kan oplossen. Er blijven onder meer afstemmingsvraagstukken, onduidelijkheden en volledigheidsproblemen.
3. Nu moet men zich bijvoorbeeld verlaten op testresultaten van consumentenorganisaties als de Consumentenbond, die echter ook in het algemeen niet de (gedetailleerde) inzichten kunnen bieden die een lijst, zoals ik me die voorstel, met zich zou brengen.
4. Deze (concurrentie)functie van de lijst kan helpen om het waarheidsgehalte ervan te bewaken.
5. Dat een beetje lijkt op hetgeen bij voedingsproducten omtrent de inhoud daarvan op de verpakking moet staan.
6. H.D.L.M. Schruer wees naar aanleiding van een vorige versie van dit stuk op https://www.uneto-vni.nl/consumenten/over-uneto-vni/garantie-en-kwaliteit/gebruiksduurverwachting-uneto-vni.

Coen Drion

Naam auteur: Coen Drion
Geschreven op: 9 februari 2015

Advocaat-partner bij Jones Day.

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

albert hagen schreef op :

Ter overweging (onafhankelijke tv reparateur)

Gebruiksduur tabellen die niet vanuit de fabrikant worden gemaakt stimuleren de weggooi maatschappij

VB: Gemiddelde heeft een TV (€ 1000)een afschrijving van €100-€150 per jaar en is er een reparatie mogelijk bij 50% onder €150, 25% €150-€350 en 25% hoger (schermen).
Repareren kost dan meestal niet meer dan het aanschaffen van een nieuw toestel.
Nu worden er voor een half miljard aan tv (omzet tv verkoop 1,5 miljard per jaar) weg gegooid welke prima te herstellen zijn.

Promotie van kwaliteit moet uit de fabrikanten (merken) komen dan krijg je weer kwaliteitsproducten.
Dus koop je een tv dan moet er duidelijk bij staan op welke manier en hoelang de fabrikant garant staat voor een juiste werking van het product.
De consument kan dan kiezen welk risico zijn neemt

albert
redactie NJBlog schreef op :
Geachte heer Jansen,
uw reactie is niet verwijderd maar stond onder de homepageweergave van dit blog; om technische redenen worden de reacties op beide weergaven helaas niet gebundeld. Ik heb uw reactie voor de volledigheid hieronder vermeld.

Frits Jansen schreef op 10 februari 2015 :
Drion spreekt over "kwaliteit en duurzaamheid van een product ", en suggereert daarmee dat een lange levensduur een pre is. Maar economisch is het lang niet altijd optimaal om de levensduur te maximaliseren. De aloude gloeilamp heeft bijv. een kortere levensduur als het rendement wordt verhoogd door de temperatuur van de gloeidraad te verhogen. Een ander voorbeeld is dat het repareren van een apparaat vaak duurder is dan een nieuw apparaat kopen, en dat een apparaat dat iet op "repareerbaarheid" wordt gebouwd goedkoper kan zijn. Als zullen "groene" denkers wel bezwaar hebben tegen zulk economisch opportunisme.
Een fabrikant kan de levensduur van een product ook kunstmatig beperken. Soms is dat best te verdedigen, bijv. bij inktcartridges voor printers: als die een chip bevatten die een grens stelt aan de levensduur kan de fabrikant waarborgen dat de cartridge tot het eind van die levensduur mooie afdrukken oplevert.
Een fabrikant kan ook de repareerbaarheid van zijn producten juridisch beperken, bijv. met octrooi- en merkenrecht. Dat klinkt al minder sympathiek, al zullen fabrikanten zuk beleid verdedigen door erop te wijzen dat de "total cost of ownership" soms toch lager ligt al lijk je meer geld te moeten uitgeven.
Een goede marktwerking is hier van wezenlijk belang. En daarbij is het essentieel dat geen "informatie-asymmmetrie" ontstaat, zoals de economen dat noemen.
maar of bedrijven blij zullen zijn met een zo grote transparantie is de vraag.
Frits Jansen schreef op :
Waarom is mijn commentaar verwijderd?
Ruud Huyzer schreef op :
Mooi idee, zo'n lijst. Die lijst van Uneto-VNI lijkt me niet meer dan een eerste aanzet, gezien de zeer beperkte gebruiksduren waarvan die lijst uitgaat. Veel meer dan de huidige consumentenbescherming wordt niet geboden. Met toepassing van de lineaire afschrijving en de doorgaans hoge kosten van reparatie zal in veel gevallen gekozen worden voor vervanging. Ik zou willen zien dat de fabrikant zijn nek uitstak en een redelijke levensduur van zijn producten durfde publiceren.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.