Dikastofobie

‘Dikastofobie’ betekent angst voor rechters. Het begrip - dat uit mijn oratie komt - is een vorm van fear mongering die in tijden van maatschappelijke en politieke onrust de kop opsteekt. Angst voor rechters wordt eerst door populisten gekweekt (met name op sociale media) en daarna als politiek instrument ingezet in de strijd om macht en machtsbehoud. De karaktermoord op rechters door de Poolse regering is er een goed voorbeeld van.

Een crisis in een rechtsstaat begint meestal bij de rechters. Zij zijn immers een gemakkelijk doelwit. Alexander Hamilton, een van de grondleggers van de Amerikaanse Grondwet, noemde rechters in 1788 al “the least dangerous branch of government” - de minst gevaarlijke van de drie staatsmachten. Rechters zijn immers voor bijna álles afhankelijk van de wetgevende en de uitvoerende macht: voor hun benoeming, voor hun bevoegdheden, voor hun budget, salaris en hun huisvesting, voor de wetten die zij moeten toepassen en voor de uitvoering van hun vonnissen. "It may truly be said", schreef Hamilton over de rechterlijke macht, "to have neither force nor will, but merely judgment."


Rechters zijn bovendien extra kwetsbaar omdat zij, zonder dat zij hun beslissingen kunnen afdwingen, de politieke machten moeten corrigeren als zij hun bevoegdheden overschrijden. Rechters moeten – binnen de grenzen van hun taak – al het mogelijke doen om die machten te waarschuwen, af te remmen of bij te sturen, als ontwikkelingen in strijd komen met het recht. Dat is de kern van de democratische rechtsstaat: gebondenheid van de overheid aan gemaakte afspraken en het recht, en respect van de meerderheid voor gerechtvaardigde belangen van de minderheid. 


Maar ‘dikastofoben’ zullen de hindermacht die rechters in een rechtsstaat soms moeten zijn altijd framen als een ondemocratisch gevaar. Zij zullen de rechtspraak voorstellen als een politiek niet-verantwoordelijke elite die een bedreiging vormt voor ‘de democratie’. Maar hun bezorgdheid voor de democratie strekt niet verder dan hun eigen belang. Dikastofoben willen rechters laten spartelen in een door hen gecreëerd legitimatievacuüm. Vandaar ook dat zij een valse tegenstelling scheppen tussen het ‘eigen’ en het ‘vreemde’ recht. Zo worden rechters die Europees recht of mensenrechtenverdragen moeten toepassen suspect gemaakt. Alsof wij, Nederlanders, niet zelf die buitenlandse betrekkingen zijn aangegaan en alsof wij buiten de internationale rechtsorde (willen) vallen.


De vrees voor een gouvernement des juges is trouwens geen reële angst. Rechters hanteren, anders dan politici, geen beleidsmatige vergezichten. Zij denken niet in termen van macht maar zoeken, binnen de grenzen van het recht, naar oplossingen voor concrete rechtsvragen in individuele zaken. Geruchtmakende kwesties van de afgelopen tijd, zoals de Urgenda-klimaatzaak, de stikstof-uitspraken of het terughalen van IS-kinderen, vormen daarop geen uitzondering.


Dikastofobie wordt door nationalisten en populisten in jonge democratieën als Polen en Hongarije zichtbaar ingezet tegen rechters en magistraten. Met als doel ontslag en intimidatie van rechters en het afdwingen van politiek welgevallige beslissingen. Daardoor dreigt rechtspraak in die landen een kwestie van Zivilcourage te worden. Niet alleen voor rechters, maar ook voor aanklagers en advocaten. Voor het eerst in de geschiedenis van de Europese Unie moeten wij ons nu echt zorgen maken over de rechtsstatelijkheid van andere lidstaten.


Aanvallen op de rechterlijke macht, zoals wij die nu zien in Polen, liggen bij ons minder voor de hand. Dat heeft te maken met factoren als ons kiesstelsel, dat niet snel tot absolute meerderheden leidt; met politiek-strategisch inzicht en temperament van een klein land dat zijn plaats in het internationale krachtenveld kent, en vooral met handelsbelangen die doorslaggevend zijn voor onze welvaart. De hoge prijs van Europese uitsluiting zullen wij niet willen betalen.


Maar ook hier zien wij dikastofobie de kop opsteken. Zo ‘waarschuwde’ de fractievoorzitter van Forum voor Democratie, Thierry Baudet onlangs op Twitter “voor de sluipende machtsgreep die de rechterlijke macht in Nederland onderneemt. De democratie wordt steeds verder buitenspel gezet. Dikastocratie (de heerschappij van rechters, MdW) is de achilleshiel van de rechtsstaat.”


Daarom kunnen wij van de zorgelijke ontwikkelingen in Oost-Europa toch iets leren. Namelijk dat rechters veel kwetsbaarder zijn dan de term “derde staatsmacht” suggereert. Machtenscheiding en rechterlijke onafhankelijkheid leiden niet vanzelf tot een evenwicht tussen de staatsmachten. Bepalend voor dat evenwicht is de ruimte die rechters in de praktijk wordt gegund in een staatsbestel, om het parlement en de regering effectief te controleren. Dikastofobie is daarom een gevaarlijke politieke strategie om overheidsmacht niet door rechters te laten controleren. Wie moedwillig het vertrouwen in rechters ondermijnt zet de bijl aan de wortel van de rechtsstaat.


Marc de Werd is senior raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam en hoogleraar Rechtspleging aan de Universiteit van Amsterdam. Deze Opinie verscheen eerst in de Volkskrant, onder de titel: 'Framing’ van rechters bedreigt onze rechtsstaat.

Naam auteur: Marc de Werd
Geschreven op: 4 februari 2020

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Geert van Beek schreef op :
Hieronder plaatst Nemo als reactie op het bovenstaande artikel van Marc de Werd een link naar een interessante voordracht op 4 februari jl. in de Eerste Kamer door Paul Cliteur. Cliteur zegt daar letterlijk: "Elke uitbreiding van de toetsingsmogelijkheden door de rechter [bv. aan de Grondwet, waar Marc de Werd zich in zijn hierboven genoemde oratie voorstander van betoont, en ook Frits Jansen in zijn reactie hieronder] doet afbreuk aan het democratisch gehalte [van de democratie]". Paul Cliteur vindt dat rechtsvorming door de rechter overbodig moet worden gemaakt door middel van tot in de kleinste details op alle mogelijke concrete gevallen toegespitste (nationale) wetgeving die interpretatievrijheid bij de rechter bij voorbaat uitsluit. Vreemde, vage rechtsnormen zoals 'het recht op leven' (art. 2 EVRM) waar de rechter aan mag toetsen en waar hij alle kanten mee op kan zijn hem een gruwel. De rechter is slechts uitvoerend ambtenaar ("neither force nor will") en moet voor het overige terug in zijn hok. Wat mij nu als niet-jurist steeds meer gaat verbijsteren is dat noch de Werd, noch Cliteur, noch enig andere vakjurist van tegenwoordig schijnt te beseffen dat het toepassen van wetten, of die nu nationaal of internationaal zijn en of die nu al of niet gedetailleerd zijn, niet de eerste taak is van de rechter. Zijn eerste taak is zich een zo gedetailleerd en zo exact mogelijk begríp te vormen van wat er in de concrete, aan hem voorgelegde zaak eigenlijk speelt. Dat is in hoge mate een kwestie van zelfkennis van de individuele rechter, van zijn vermogen om überhaupt te begrijpen wat zich tussen mensen afspeelt. Pas daarná kan hij het aldus gevormde begrip van de zaak op de juiste wijze in verbinding brengen met de geldende wetten en voorschriften en bepalen óf en zo ja hóe die wetten in dit concrete geval moeten worden toegepast. Daarom heb ik in mijn vorige reactie hieronder verwezen naar de kwestie van het terughalen van de IS-kinderen, waar de rechter (ook de gewone rechter al!) niet scheen te begrijpen dat hij in feite een middeleeuwse, godsdienstige banvloek uitsprak over de kinderen en hun ouders. Een rechter die blindelings (al of niet aan hogere wetten getoetste) wetten gaat zitten toepassen is een levensgevaarlijke, volkomen van zijn politieke opdrachtgevers afhankelijke automaat die terecht door burgers gevreesd en gehaat wordt (dikastofobie) en door populisten gebruikt wordt (dikastocratie) om uiteindelijk zélf aan de macht te komen. Precies zoals Oswald Spengler voorspelde in zijn "Untergang des Abendlandes"!
Geert van Beek schreef op :
Zelden is mij zo duidelijk geworden wat er met de Europese rechtspraak aan de hand is als uit het bovenstaande artikel ‘dikastofobie’ van Marc de Werd. Ik citeer hem: “Rechters zijn immers voor bijna álles afhankelijk van de wetgevende en de uitvoerende macht: voor hun benoeming, voor hun bevoegdheden, voor hun budget, salaris en hun huisvesting, voor de wetten die zij moeten toepassen en voor de uitvoering van hun vonnissen. "It may truly be said", schreef Hamilton [in 1788 n.a.v. Amerikaanse Grondwet] over de rechterlijke macht, "to have neither force nor will, but merely judgment."” Mijn vraag nu als Europeaan is: waarin bestaat dan nog de onafhankelijkheid van die rechter? Van zo’n kwetsbare, onmachtige zwakkeling? Heb je het niet eigenlijk gewoon over een machineonderdeel zoals een centrale rekeneenheid (cpu) die op “onafhankelijke” (betrouwbare) wijze, dus zonder zich door eigen of enig ander menselijk oordeel te laten beïnvloeden – blindelings dus – de informatie van het programma (hier de wetgever) omzet in handelingsvoorschriften (hier de uitvoerende macht)?
De Baudet’s, Wilders’, Kascynski’s en Orban’s in deze wereld VERKRIJGEN hun machtsposities juist door te schoppen tegen dit soort rechters/machineonderdelen. En tegelijkertijd worden zij volledig afhankelijk van diezelfde rechters/machineonderdelen wanneer zij hun eenmaal verkregen machtsposities willen behouden. Rechtspraak á la de Werd/Hamilton vreet zich als kanker in. Je krijgt het er op een gegeven moment alleen nog met geweld (oorlog, terrorisme) uit.
Er is volgens mij maar één echte oplossing voor dit uit Amerika geïmporteerde probleem; de Europese rechtspraak moet ECHT onafhankelijk worden. Moet ECHT gezag krijgen. En er is ook maar één mogelijke weg daarnaartoe; het streng en meedogenloos strafrechtelijk vervolgen van die o zo kwetsbare, ‘Amerikaanse’ rechters die proberen de politiek ter wille te zijn omdat ze anders hun baantje verliezen. (vgl. NJB Vooraf: Taru Spronken 9 december 2019 over IS-kinderen)
Frits Jansen schreef op :
Het is verhelderend om naar het voorbeeld van het Bundesverfassungsgericht te kijken. Dit gerecht kan hele wetten buiten werking stellen, niet alleen in een bepaald geval maar zelfs in abstracto . Maar als het een wet afkeurt krijgt het Duitse Parlement de opdracht om binnen een bepaalde tijd met een betere wet te komen, d.w.z. een wet die niet strijdig is met de grondwet. Verzuimt het dat, dan vervalt de gewraakte wet inderdaad. Op deze manier wordt voorkomen dat de rechter wetten gaat maken - waar hij inderdaad de democratische legitimering voor mist. Duitsers spreken van Parlamentsvorbehalt .

Misschien kan professor De Werd nog wat bijles geven aan zijn collega Cliteur die de misvatting van "het primaat van de politiek" aanhangt, en dan ook niet erg gecharmeerd is van (toetsing aan) grondrechten. Behalve de vrijheid van meningsuiting, daar lust hij wel pap van.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.