Democratische legitimiteit van de euro

Als Minister van Financiën en voorzitter van de Eurogroep maakt Jeroen Dijsselbloem zich terecht zorgen over de democratische legitimiteit van de euro. Het rapport van de vier voorzitters over een beter bestuur voor de eurozone dat deze maand in Den Haag en Brussel besproken zal worden, kiest echter een invalshoek die onvoldoende zicht op een heldere analyse van de problematiek biedt.

Het rapport is in februari 2015 opgesteld door de voorzitter van de Europese Commissie Juncker in samenwerking met de voorzitter van de Europese Raad Tusk, de voorzitter van de ECB Draghi en Dijsselbloem als voorzitter van de Eurogroep. Het wordt in politieke kringen aangeduid als the Four Presidents' Report en begint met een onderzoek naar de aard van de Europese en Monetaire Unie. Volgens de voorzitters is de euro meer dan een munt. Het is naar hun mening ook een politiek project, waarin de deelnemende landen zich met elkaar hebben verbonden in een 'community of destiny'. Om deze bestemmingsgemeenschap in stand te houden moeten de lidstaten solidair zijn in tijden van crisis en dient elk van hen de samen afgesproken regels te respecteren.  

Deze benadering is ontoereikend om het vraagstuk van de democratische legitimiteit van de euro onder ogen te zien. De Economische en Monetaire Unie vormt namelijk onderdeel van de EU. Lidstaten van de EU kunnen, als zij aan de gestelde voorwaarden voldoen, toetreden tot de EMU, maar ze kunnen geen lid van de EMU worden zonder over het lidmaatschap van de EU te beschikken. Wie iets zinnigs over de aard van de EMU te berde wil brengen, moet zich dus eerst buigen over de vraag wat de EU is. Een debat over de aard van de EMU vooronderstelt, anders gezegd, een discussie over het karakter van de Europese Unie zelf.

Politici hebben het debat over de aard van de Unie lange tijd vermeden, omdat het vraagstuk onoplosbaar zou zijn. Het proces van Europese integratie moest volgens de heersende leer uitmonden in de vorming van een soevereine Staat Europa of in een Europa van soevereine Staten. De werkelijkheid bleek weerbarstiger dan de leer. De huidige EU is geen staat en vormt evenmin een unie van staten, maar ontwikkelt zich van een gemeenschappelijke markt naar een gemeenschappelijke democratie. In deze visie kan de euro als de monetaire afronding van de gemeenschappelijke markt worden bezien. 

Democratische legitimiteit berust bij de burgers. De burgers zijn er niet omwille van de EU en de euro, maar het is vanzelfsprekend precies andersom. Vanuit het perspectief van de burgers ligt het voor de hand dat, als twee of meer democratische staten besluiten om de uitoefening van soevereiniteit op een aantal terreinen met elkaar te delen ten einde gemeenschappelijke doelstellingen te bereiken, het samenwerkingsverband dat zij daarvoor oprichten, ook democratisch moet zijn. De winst van het Verdrag van Lissabon uit 2007 is dat het de EU inricht als een democratie zonder er een staat van te maken. EU-burgers kunnen zowel deelnemen aan de nationale democratie van hun land als aan de gemeenschappelijke democratie van de Unie.

Na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon kan de EU in heldere termen worden omschreven als een Unie van burgers en lidstaten die functioneert als een gemeenschappelijke democratie. Deze constructie van de EU biedt het raamwerk waarbinnen de euro in de lidstaten van de EMU de democratische legitimiteit kan verwerven die een stabiele munt nodig heeft. De vier voorzitters hoeven de EU dus niet opnieuw uit te vinden, maar ze kunnen de bestaande constructie gebruiken om het economisch bestuur van de eurozone te versterken en de democratische legitimiteit van de euro te bevorderen.

 

Naam auteur: Jaap Hoeksma
Geschreven op: 18 juni 2015

Rechtsfilosoof

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Wouter ter Heide. schreef op :
Met uw vraag meneer Jansen of ik 'de PVV-er van dienst ben', geeft u aan dat mijn reactie aan duidelijkheid te wensen overlaat, met alle misverstanden van dien. Ter compensatie daarvan moet mij het volgende van het hart.
Hoewel ik – net als de PVV – denk dat de euro niet zal overleven, huldig ik andere gedachten over het waarom(?) daarvan. In het licht van de alomvattende 'Nooit-meer-oorlog-gedachte', waar het Europese samenwerkingsverband van oudsher op gestoeld is, beschouw ik het europroject als een experiment om dat vredesideaal handen en voeten te geven. Alle goede bedoelingen ten spijt breekt zo langzamerhand gelukkig het hoopgevende inzicht door, zonder inzicht immers geen uitzicht!, dat het euro-experiment niet het gewenste resultaat zal kunnen(!) bewerkstelligen. Geen kwestie van onwil of onkunde, maar als logisch gevolg van het gemis aan ideëel vermogen dat onlosmakelijk aan de de euro kleeft. Geld is immers geen doel op zich!
De politieke consequenties daarvan worden door Brussel helaas niet ingezien en daardoor niet getrokken. Vandaar dat ons Europese beleidscentrum – en in navolging daarvan het beleid van elk EU-lid – zijn 'dienende' algemeen-belang-taak verzaakt en dienstbaar blijft aan de twee ondemocratische systemen die richting geven aan het beleid in Europa. Zowel in nationaal als in Europees verband. Daarmee doel ik op het dictatoriale parlementaire (wie regeert dicteert) en het dictatoriale monetaire (wie betaalt bepaalt) systeem, dat als een Siamese tweeling de Europese koers bepaalt.
Het doorbreken van het daaruit voortvloeiende beleid, dat per definitie ondemocratisch is, is een zaak van algemeen belang, dus gaat ons – als Europeanen – allemaal aan. Voor de politieke vertaling daarvan hebben wij het Europees parlement ingehuurd. Helaas zal dit niet thuis geven zolang onze geachte Europese afgevaardigden geen (ideëel of bevrijdend) brood zien in een Brede Maatschappelijke Europese Discussie (BMED) over de beëindiging van de gekoppelde uitzichtloze beleidssystemen die “ons allemaal” (dus ook onze politici) in gijzeling houden. Hoezo vrijheid?
Vandaar dat ik mij in gemoede afvraag of het geen tijd wordt dat Brussel stopt met het huidige Europese beleid en zij via bovengenoemde BMED een einde gaat maken aan de onverteerbare gijzeling. Een proces dat gevoerd wordt in het belang van het algemeen, “De Vrijheid”, dat veel verder reikt dan Europa alleen.
Na het zomerreces zou Nederland – als EU-lid – het voortouw kunnen nemen voor dat alomvattende verbale bevrijdingsproces, bij monde van premier Rutte. Gezien zijn fenomenale verbale gaven en zijn uitgebreide Europese netwerk, zal het ter hand nemen van dat voortouw hem niet moeilijk moeten vallen. Redelijkerwijs gesproken.
Frits Jansen schreef op :
Is Wouter ter Heide de PVV-er van dienst?
Al heel lang streefden Europese landen er naar de koersen van hun valuta zo veel mogelijk stabiel te houden. Omdat koersschommelingen heel negatief werken. Dat één valuta voor Noord- en Zuideuropa niet mogelijk zou zijn is onzin: Kosovo en Crna Gora (Montenegro) gebruiken ook de €, zonder enig probleem. Zoals alle Amerikaanse staten plus de nodige arme landen allemaal de dollar gebruiken. De Amerikaanse staten verschillen ook zeer in welvaart.
De monetaire samenwerking tussen de Europese landen was ook niet democratisch. Integendeel, de centrale-bankpresidenten waren zo veel.mogelijk onafhankelijk, binnen hun wettelijke opdracht de stabiliteit van hun valuta te optimaliseren. Dat vereist vakmanschap en een lange-termijn beleid. En politici hebben geen van beide!
Het roepen om meer democratie op dit gebied us net zoiets als het roepen om een referendum: een truc van tegenstanders om iets te torpederen.
Laten we in 's hemelsnaam niet terugkeren naar het interbellum tussen de Wereldoorlogen toen de Europese landen met de beste bedoelingen helemaal tegen elkaar in werkten - wat een belangrijke factor was voor het uitbreken van de 2e Wrreldoorlog. Als Hitler geen zware economsche crisis als wind in de rug had gehad, dan had hij volgens kenners niet kunnen doorbreken.
En wat Griekenland betreft: dat is geen € crisis maar een schuldencrisis. En het vereist enig geduld.
Wouter ter Heide. schreef op :
Exit euro.

Wat de democratische legitimiteit van de euro betreft, vraag ik mij in gemoede af of daar wel van gesproken kan worden. Want dekt de euro wel het algemeen belang? Volgens mij is daar geen sprake van, omdat de euro het ideaal van een verenigd Europa niet dient. De munt mist simpelweg het ideële vermogen om tot een vruchtbaar Europees samenwerkingsverband te komen. Als gevolg daarvan werkt hij meer als splijtzwam dan als bindmiddel.
Niet verwonderlijk overigens, omdat de kortzichtige bedenkers van de euro en zijn propagandisten, zoals ex-minister Zalm, het duidelijk ontgaan is dat de beoogde vruchtbare samenwerking niet te verwezenlijken is door het in leven roepen van een gemeenschappelijke munt. Per definitie dient geld immers geen ideaal of hoog doel, maar is het doel op zich!
En zoiets biedt nu eenmaal geen wenkend perspectief. De gekozen oplossing voor de Griekse tragedie is daar een sprekend voorbeeld van. Helaas ontgaat dat de gerenommeerde leden van de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds ten enenmale. Hoe ziende blind en horende doof kun je zijn als vermaard Trojka, alle universitaire scholing, politieke macht en hoog aanzien en ten spijt.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.