De Uitspraak: Moet een agent ingrijpen als een burger wordt mishandeld door een collega?

Moet een agent ingrijpen als een burger wordt mishandeld, ook als het door een collega is?

De Zaak.

Twee agenten in uniform bekeuren een student wegens wildplassen. Een van zijn vrienden maakt met zijn telefoon foto’s van het politieoptreden. Even later wandelen twee agenten in burger op het groepje af. De jongen met de camera wordt bij zijn keel gegrepen en bevolen om de foto’s van zijn telefoon te wissen. Hij wordt net zo lang bij zijn keel vastgehouden totdat hij de foto’s verwijderde. De drie overige agenten kijken toe. Een van de studenten windt zich op en roept naar de agenten: „Jullie zijn een stelletje idioten met een Godcomplex”. Daarop wordt hij aangehouden wegens belediging. Hij krijgt een strafbeschikking van 450 euro, waartegen hij bezwaar aantekent.

Wat voert zijn advocaat aan?

Burgers zijn vrij om het werk van agenten op straat te fotograferen. De agent die de fotograaf bij zijn keel greep handelde onrechtmatig en mogelijk strafbaar. Er was geen enkele grond om met geweld op te treden. Het was de plicht van de overige agenten om de burger te beschermen tegen mishandeling. Strafbare belediging kan dus niet bewezen worden.

Wat zegt de kantonrechter?

Die vindt het optreden van de agenten in de haak en vraagt de student of hij het ‘zelf leuk zou vinden’ als op straat zou worden gefotografeerd. De kantonrechter verlaagt wel de straf naar 200 euro. De student gaat in hoger beroep.

Mocht de agent de student bij de keel grijpen?

Nee, de agent wordt daarvoor intern op de vingers getikt. De bureauchef bevestigt schriftelijk dat diens gedrag grensoverschrijdend was en onrechtmatig.

Hoe verloopt het hoger beroep?

De advocaat herhaalt dat de agent die de keel dichtkneep onrechtmatig handelde en dat van belediging geen sprake kon zijn. Het Hof spreekt de student inderdaad vrij van belediging. Maar alleen van de agent die zich misdroeg. De andere agenten werden volgens het Hof wel beledigd. „Ten aanzien van de overige verbalisanten bestond er naar het oordeel van het hof in het onderhavige geval geen rechtsplicht om in te grijpen en kan de belediging derhalve worden bewezen”. De student gaat nu in cassatie. De advocaat concludeert nu dat het Hof de burger vogelvrij heeft verklaard. Agenten hoeven kennelijk niet in te grijpen als een burger wordt mishandeld. Terwijl ze daarvoor wel zijn opgeleid en aangesteld. Op een uitspraak van de Hoge Raad wordt nog gewacht.

Lees hier de uitspraak van het Hof en hier de uitspraak van de politie op de klacht van de studenten.

Deze Uitspraak is ook te lezen op Recht en Bestuur.


Bron afbeelding: Vernon Chan

Folkert Jensma

Naam auteur: Folkert Jensma
Geschreven op: 12 mei 2014

Juridisch redacteur, commentator en blogger bij NRC

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

a.zecha schreef op :
Deze uitspraak werd op 8 april 2014 reeds aan de orde gesteld (https://njb.nl/blog/hof-politie-niet-verplicht-om … ). Toen was de uitspraak van de Rb.Den Haag 23 november 2012 (nog?) niet gepubliceerd en kennelijk nu ook niet. De uitspraak door het Hof Den Haag 13 juni 2013 was toen kennelijk ook niet beschikbaar.

In het artikel van nu (12 mei 2014) kan kennis worden genomen van een antwoordbrief van de Commissaris van Politie op de brief van de klager over het politie optreden. Van de brief van klager kan geen kennis worden genomen zodat diens formulering van de klacht onbekend blijft en de lezer genoegen moet nemen met een korte samenvatting er van door de Commissaris van Politie.
Van het Arrest van het Hof Den Haag 13 juni 2013 kan nu wel kennis worden genomen.

Het arrest van het Hof betreft m.i. slechts het ten laste gelegde: “belediging in het openbaar van een politie ambtenaar in functie”.
Feitelijk een procedurele en/of wettelijke “escape route” die in rechtszaken als deze niet zelden voorkomen.
In zogenoemde dictatoriale rechtsstaten - die al dan niet op een democratische wijze geëvolueerd zijn - kan zoiets worden verwacht.

Indirecte en andere gelijkenissen met rechtszaken die tegen overheden zijn aangespannen door zogenoemde “klokkenluiders” en vice versa zijn m.i. waar te nemen door oplettende participerende burgers.

De titel vraag beantwoordend: “Indien de veiligheid van burgers in een democratische rechtsstaat effectief centraal wordt gesteld is mijn antwoord een volmondig “ja”.
a.zecha
M. Alidrissi schreef op :
"Ten aanzien van de overige verbalisanten bestond er naar het
oordeel van het hof in het onderhavige geval geen rechtsplicht om in te grijpen en kan de belediging derhalve worden bewezen." Dit oordeel van het Hof getuigt mijns inziens van een onjuiste rechtsopvatting. Zeker nu het Hof het optreden van de misdragende verbalisant als onrechtmatig heeft gekwalificeerd kan het Hof niet zonder meer volstaan met het oordeel dat er op de overige verbalisanten geen rechtsplicht rustte en derhalve de conclusie trekken dat de belediging bewezen kan worden. M.a.w.: Het Hof heeft deze gevolgtrekking onvoldoende gemotiveerd. Overigens laat dit onverlet dat verdachte zich (mogelijk) wel degelijk heeft schuldig gemaakt aan belediging in het algemeen. Mijn verwachting is dan ook dat de Hoge Raad dit arrest zal casseren.
Jan Timmer schreef op :

Help, politie!

Matthias Borgers gaat in op de strafrechtelijke kant van deze zaak en op de rol van de rechtelijke macht. Het OM had een andere route moeten kiezen en niet moeten vervolgen. Het OM had als bevoegd gezag de politie moeten corrigeren en tussen burger en politie moeten mediëren. De verdachte had de politie niet moeten beledigen, maar de politie had de vriend van de verdachte niet moeten dwingen om zijn foto’s te wissen, laat staan met geweld. De politierechter las het dossier slecht, begreep de casus niet en deed een wonderlijke uitspraak. Het Gerechtshof corrigeerde die, maar liet na om helderheid te verschaffen over de maatschappelijke en juridische verhoudingen. Het Hof had de opeengestapelde vergissingen van politie, OM en politierechter kunnen herstellen. Het Hof had via deze casus helderheid kunnen verschaffen over vragen die leven in de samenleving omtrent rechten, plichten, verwachtingen en bevoegdheden van burgers en agenten in de praktijk van het politiewerk.

Naast het strafrecht zijn hier ook het klachtrecht en het tuchtrecht relevant. In deze kwestie heeft de voormalige regiopolitie Haaglanden verstandig en professioneel geoordeeld en gehandeld. In december 2012 behandelde de politie Haaglanden een klacht van de veroordeelde verdachte. In de afdoening van deze klacht stelde de bureauchef van politie vast dat de vriend van de verdachte de politie niet hinderde door foto’s te maken van het politieoptreden. De bureauchef oordeelde dat de agent in burger niet bevoegd was om de verdachte te vorderen om de foto’s te wissen, laat staan om hem daar met geweld toe te dwingen.

De vraag die de bureauchef niet is gesteld en die deze daarom ook niet heeft beantwoord is: hadden de andere aanwezige politieambtenaren kunnen en moeten ingrijpen in het geweldgebruik van hun college tegen de verdachte? Die vraag is niet via het strafecht te beantwoorden, maar gaat over vakkundig, vakbekwaam en behoorlijk politieoptreden. Het Gerechtshof oordeelt dat het politiegeweld tegen de verdachte onrechtmatig was. Daar hadden de andere politieambtenaren in hun taak van rechtshandhaving wellicht tegen kunnen optreden. Het is begrijpelijk dat een agent dat niet lichtvaardig doet. Het toegepaste politiegeweld bestond uit het bij de keel grijpen van de verdachte. Dat wordt agenten niet aangeleerd. De betrokkene had er ook (blijvend) letsel aan had kunnen overhouden. Dat gaf de collega-agenten wellicht de bevoegdheid om in te grijpen.

Beter was het geweest als de andere agenten hun collega hadden behoed voor deze misstap, bijvoorbeeld door tactisch de situatie over te nemen. Het politietuchtrecht gaat over “plichtsverzuim”, iets dat een agent had moeten doen of juist nalaten. Was er een wettelijke plicht voor de collega-agenten om in te grijpen? Het politie(tucht)recht is daarin niet zwart-wit. De politietaak leidt tot bevoegdheden en niet perse tot wettelijke, maar mogelijk wel tot morele of maatschappelijke verplichtingen. De politieorganisatie en het politieoptreden winnen aan legitimiteit als casus als deze worden gebruikt ter verbetering van het zelfreinigend en zelfsturend vermogen van de politie en van opleiding en training.

Jan Timmer is hoofddocent maatschappelijke veiligheid aan de VU, Amsterdam, en NJB-expert.

Matthias Borgers schreef op :

Hadden de toekijkende politiebeambten een rechtsplicht om hun nogal stevig optredende collega te stoppen? Laten we de feiten eens veranderen: stel iemand pakt een agent bij de keel om die agent de zojuist uitgeschreven bon te laten verscheuren. Zouden we het dan vreemd vinden als er voortvarend wordt opgetreden door omstanders? Nee, natuurlijk niet.

Maar waarom zou het anders liggen in de zaak van de jongen die, zonder daarbij de wet te overtreden, een foto heeft gemaakt? Natuurlijk, de toekijkende politiebeambten waren waarschijnlijk niet gediend van foto’s maken. Dat begrijp ik best: probeer maar eens goed je werk te doen, als iedereen je continu op de vingers kijkt. Voor je het weet, vind je jezelf op FaceBook of YouTube terug en mag de hele wereld iets van jou vinden. En misschien dachten de toekijkende dienders ook dat het hardhandig dwingen de foto’s te wissen, nog net door de beugel kon. Maar wie achteraf alle feiten op een rij zet en het juridisch kader erop loslaat (zoals de klachtbehandelaar van de politie keurig heeft gedaan), moet constateren dat de optredende agent eigenlijk zelf strafbaar handelde en dat de toekijkende agenten er naast zaten. Zij hadden wel moeten optreden.

Waarom dan toch een vervolging voor de strafrechter van de vriend die het niet kon aanzien en die de toekijkende politiebeambten helder maar niet bijster vriendelijk op hun passieve gedrag aansprak? Een officier van justitie die een zaak als deze tijdig en in alle rust zou bekijken, zou het – denk ik – niet tot de rechtszaal laten komen. De uitlating kan op zichzelf bezien niet door de beugel, maar dat geldt ook voor het optreden van de agent. Meer iets voor een goed gesprek tussen politie en burger over hoe het nu allemaal zo is gekomen. Maar de machine van het openbaar ministerie draait op zulke hoge toeren dat zaken als deze er toch doorheen glippen.

Het hof kiest een middenweg: geen strafbare belediging van de mishandelende agent maar wel van zijn passieve collega’s, alleen een schuldigverklaring en dus geen straf. De gulden middenweg, of zou het anders kunnen? Misschien wel. De rechter zou kunnen overwegen dat de uitlating “Jullie zijn een stelletje idioten met een Godcomplex” in het algemeen beledigend van aard is (en dus strafbaar), maar dat die uitlating in de context van deze zaak moet worden gezien als een uiting van pure frustratie en, sterker nog, als terechte klacht over het niet-ingrijpen. En dat juist deze uiting, hoe fors van toon ook, in deze omstandigheden niet de strekking had de toekijkende agenten aan te randen in hun eer en goede naam. Kiest men die route, dan is vrijspraak het resultaat en wordt er – en dat is geen onbelangrijk verschil met de uitkomst van het hof – geen veroordeling wegens belediging genoteerd op het strafblad van de vriend. Terwijl er, door het als uitzondering op de regel te presenteren, geen precedent wordt geschapen om zo maar agenten uit te schelden wegens (vermeend) disfunctioneren.

Matthias Borgers is hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de VU, Amsterdam, en NJB-expert.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.