De Uitspraak: Mag een krant lezers oproepen om ervaringen met een bedrijf te melden?

Mag een krant een oproep aan de lezers plaatsen om ‘uw ervaringen’ met een bedrijf te melden?

De Zaak.

Dagblad Tubantia drukt de volgende kopregel in de krant af. ‘Oproep: wat zijn uw ervaringen met Pretium?’ Daaronder een bericht waarin de krant zegt dat ze ‘signalen’ heeft dat dit telecombedrijf een ‘offensief’ is begonnen om klanten van KPN te laten overstappen. Vooral ouderen zouden zich misleid voelen. De krant zegt ‘onderzoek’ te willen doen. Pretium eist in kort geding bij de rechter rectificatie van de oproep en verwijdering van internet van nog vijf artikelen over het telecombedrijf, waaronder ook de oproep zelf.

Welk argument heeft Pretium?

Het bedrijf vindt de publicaties onrechtmatig. Er zou sprake zijn van een ontoelaatbare inbreuk op de reputatie van het bedrijf. Over de ‘Oproep aan de lezer’ stelt het bedrijf dat deze ernstige beschuldigingen en insinuaties bevat. Ook vindt het bedrijf de toon van de publicatie negatief en de beschuldigingen onjuist en ongefundeerd.

Welke maatstaf hanteertde rechter?

Persvrijheid is bijzonder waardevol: de pers moet als waakhond kunnen optreden en vrij commentaar leveren. Tegelijk kan de pers “belangrijke invloed uitoefenen op opinie- en beeldvorming en kan zij reputaties maken of breken. Vooral verantwoordelijkheden op het punt van verificatie en zorgvuldigheid komen daarbij aan journalisten toe.”

Hoe oordeelt de rechter?

De eis om de artikelen over Pretium te verwijderen wordt afgewezen, vooral omdat in een eerder kort geding daar al over is besloten. Met de bezwaren tegen de Oproep aan de Lezer is de rechter het wel eens. Er wordt gesuggereerd dat het bedrijf vooral oudere abonnees wil inpalmen. Termen als ‘overhalen’, ‘moeilijk van af komen’ en ‘niet in de gaten hebben’ vindt de rechter negatief.

De rechter neemt het de krant kwalijk dat het de ‘signalen’ die het kreeg niet heeft getoetst. Op de zitting bleek het alleen te gaan om de vader van de journalist. En diens ervaringen waren niet louter negatief. De aanleiding voor de oproep blijft dan ook vaag, vindt de rechter. Een oproep aan de lezer is ‘weliswaar een erkend journalistiek middel’, maar voor het gebruik gelden ‘forse eisen’. Voordat een journalist een oproep plaatst moet hij zo goed mogelijk de informatie die de aanleiding was hebben getoetst. Er moet worden voorkomen dat „het lijdend voorwerp van de oproep, zeker als daarmee geen overleg heeft plaatsgevonden” al zo wordt beschadigd dat “reacties op de oproep ogenschijnlijk daardoor al niet tot nauwelijks meer kunnen toe- of afdoen aan het door de oproep gecreëerde beeld”.

De krant heeft bij de rechter niet aannemelijk gemaakt dat het over geloofwaardige negatieve informatie over Pretium beschikte, toen het de oproep plaatste. Daarmee schond de krant “in dit bijzondere geval haar journalistieke zorgvuldigheids- en onderzoeksplicht.” Pretium werd ‘bij voorbaat’ in een kwaad daglicht gesteld. Een rectificatie van de oproep wijst de rechter af, omdat die ‘geen inhoudelijk effect’ zal hebben, gezien de artikelen die uit de oproep voortvloeiden. Wel moet de oproep uit het digitale archief worden verwijderd.

Lees de uitspraak (ECLI:NL:RBOVE:2013:2360) hier.

Deze Uitspraak is ook te lezen op Recht en Bestuur.

 Bron afbeelding: Jon S

 

Folkert Jensma

Naam auteur: Folkert Jensma
Geschreven op: 28 oktober 2013

Juridisch redacteur, commentator en blogger bij NRC

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Wouter Hins schreef op :

Naar mijn oordeel heeft de voorzieningenrechter op 2 oktober 2013 twee keer de plank mis geslagen. Enerzijds door te overwegen dat de Oproep aan de lezers een onrechtmatige daad zou opleveren. Anderzijds door de sanctie: het bevel dat de tekst van de oproep moet worden verwijderd van de website, waar die sedert 13 juli 2013 had gestaan.

Eerst de vermeende onrechtmatigheid. De gedachte dat een journalistiek medium zorgvuldig onderzoek moet doen alvorens lezers op te roepen hun (negatieve) ervaringen met een bedrijf te melden is op zichzelf redelijk. Journalisten moeten niet een willekeurig bedrijf op de korrel nemen om door middel van een ‘fishing expedition’ te kijken of er misschien een schandaal in zit.

Die situatie deed zich echter niet voor. Wie op de officiële site www.rechtspraak.nl de naam ‘Pretium’ als zoekterm invoert, wordt verwezen naar tientallen uitspraken, waarbij de agressieve wervingsmethoden van Pretium de achtergrond vormen. Het bekendst is de procedure die Pretium verloor van de TROS, die met een verborgen camera opnames had gemaakt in een callcenter (zie HR 8 april 2011, NJ 2011, 449). Mijns inziens is het legitieme journalistiek om te willen onderzoeken of Pretium zijn methoden sedertdien heeft veranderd. De voorzieningenrechter neemt het de journalist van Tubantia kwalijk dat deze niet heeft gespecificeerd welke personen uit zijn privésfeer aanleiding hadden gegeven het onderzoek in te stellen. Wat doen die privécontacten ertoe? Journalisten zijn bovendien niet verplicht hun bronnen te onthullen. Dat had een collega van de voorzieningenrechter in het eerdere kort geding op 6 september 2013 terecht benadrukt.

Vervolgens de sanctie. Mededelingen die schadelijk zijn voor iemands reputatie kunnen op internet een kwelling worden. Internet creëert grotere risico’s voor het recht op privacy dan gedrukte media, zo overwoog het Europese Hof voor de Rechten van de Mens kort geleden (EHRM 16 juli 2013, Wegrzynowski en Smolczewsky tegen Polen, r.o. 58). In de krant van gisteren wordt de vis verpakt, zo zegt men in Nederland. Het EHRM voegde hier echter aan toe dat het verwijderen van berichten uit een archief niet de juiste methode is. Rechters moeten niet de geschiedenis willen herschrijven. Belangrijk is dat het publiek later kan reconstrueren welke publicaties – ook al waren die onrechtmatig – in het verleden de openbare meningsvorming hebben beïnvloed. Veel beter is het om aan onrechtmatige publicaties in een archief een notitie toe te voegen in de trant van ‘Let op, deze publicatie is later onrechtmatig verklaard’ (Idem, r.o. 65 en 66).

Rectificeren verdient dus de voorkeur boven verwijderen. Vreemd dat de voorzieningenrechter precies het omgekeerde beslist. Rectificeren is zinloos, aldus de uitspraak, het bericht moet worden verwijderd. Laten we dit soort maatregelen reserveren voor extreme schendingen van de privacy, die geen enkele betekenis hebben voor het publieke debat.

Wouter Hins is hoogleraar Persrecht aan de Universiteit van Leiden en NJB-expert.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.