De Uitspraak: Mag de arts de kinderen verhinderen hun moeder mee op stap te nemen?

Moet een verpleeghuisarts de kinderen verhinderen hun oude moeder mee op stap te nemen?

De Zaak.

Twee volwassen kinderen nemen hun moeder (74) uit de psychogeriatische afdeling van een verpleeghuis mee voor een reis naar Indonesië. Zij zijn door de rechtbank als de mentor van hun moeder aangewezen. De specialist ouderengeneeskunde geeft voor de vakantiereis van een maand toestemming. De moeder keert echter niet terug in het verpleeghuis – zij blijft (kennelijk) in Indonesië. De kinderen laten een brief van een plaatselijke arts zien waarin staat dat het moeder goed gaat.

Het derde kind van de moeder, die niets wist van de vakantiereis, dient daarop een klacht in bij het Tuchtcollege. Hij meent dat de arts de gezondheid van zijn moeder in gevaar bracht door toestemming te geven. En hij meent dat de arts verplicht was hem op de hoogte te brengen van het handelen rond zijn moeder.

Wat speelt hier nog meer?

De moeder belandde in het verpleeghuis na een crisissituatie. Zij werd tegen haar wil opgenomen op basis van artikel 60 van de wet Bijzondere Opnemingen Psychiatrische Zorg. De vrouw woonde in huis met de zoon die later de klacht indiende. Hij werkt buitenshuis, maar zorgde ook voor zijn moeder. Zij leed op enig moment echter ernstig aan dehydratatie (uitdroging), waardoor opname nodig was. Door het verblijf in het verpleeghuis knapte zij op. De zoon verzette zich echter tegen deze opname en probeerde die, vergeefs, twee maal te beëindigen.

Hoe ging de arts om met het vakantieverzoek?

Hij heeft voorwaarden gesteld aan de verzorging van de patiënte en daarna ingestemd met het vertrek, waarvan nog niet duidelijk was of het permanent zou zijn. De arts heeft er bij de mentoren wel op aangedrongen om ook hun broer, die later de klacht indiende, te informeren over het Indonesiëplan.

Hoe oordeelt het Tuchtcollege?

De arts heeft voldoende aandacht gehad voor de gezondheid van de vrouw, juist doordat hij voorwaarden stelde aan haar vertrek. Dat de vrouw vertrok en in Indonesië bleef kan de arts niet verweten worden. De arts is ook niet zelf verplicht om iedereen in de familie te informeren over het vertrek. Dat hij er bij de mentoren op aandrong om dat wel te doen, betekent niet dat hij die plicht ook zelf zou hebben. Dat de klager gekwetst is door het onverwachte en stilgehouden vertrek van zijn moeder is begrijpelijk, maar niet de arts te verwijten. Een arts of verpleeghuis kan ook niet verantwoordelijk worden gehouden als iemand langer dan ‘één maand verlof’ neemt. Dat ligt buiten hun invloedssfeer. De klacht van de zoon is dus ongegrond.

Lees hier de uitspraak (ECLI NL TGZCTG 2014 195).


Deze Uitspraak is ook te lezen op Recht en Bestuur.


Bron afbeelding: columbusmagazine.nl

Folkert Jensma

Naam auteur: Folkert Jensma
Geschreven op: 23 juni 2014

Juridisch redacteur, commentator en blogger bij NRC

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Frits Jansen schreef op :
Waarom worden zoveel woorden aan deze zaak vuil gemaakt? Gefrustreerd broertje veinst bezorgdheid over de gezondheid van zijn moeder. Uiteraard vergeefs. Gaap.
Aart Hendriks schreef op :
Familieleden zijn vaak nauw betrokken bij de zorg aan een naaste. Maar onderling zijn de familiebetrekkingen niet altijd even goed. Als arts raak je dan al snel betrokken bij een conflict, zeker indien een van de familieleden zich gepasseerd voelt. Dit scenario voltrekt zich in de praktijk dagelijks. Denk aan de behandeling van kinderen met ouders die zijn verwikkeld in een vechtscheiding of aan ouderen met kinderen die onderling gebrouilleerd zijn.

Gelukkig voor de arts zijn er duidelijke regels inzake vertegenwoordiging en het delen van informatie over de patiënt met andere familieleden dan de vertegenwoordiger(s). Als een arts handelt volgens die regels, hoeft hij – net als in deze zaak – niet te vrezen voor een tuchtrechtelijke veroordeling. Maar de juiste toepassing van die regels blijft lastig.

Maar hoever strekt de verantwoordelijkheid van de arts ter voorkoming van schade aan de patiënt door familieleden? Dat is de tweede vraag in deze zaak en waarop geen duidelijk antwoord bestaat. Het is bekend dat artsen bij ernstige verdenkingen van mishandeling of verwaarlozing het recht hebben een melding te doen bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) of het Steunpunt Huiselijk Geweld (SHG). Maar wat te doen, zoals in deze zaak, indien zulke vermoedens geenszins bestaan, maar de arts door het toedoen van familieleden geen zicht meer heeft op de patiënt?

Dit vraagstuk is actueel nu kinderen in de praktijk geregeld kenbaar maken dat zij hun vader of moeder voortaan thuis te willen verzorgen. Arts en instelling zullen veelal in zo’n verzoek moeten berusten. Volgens een zorgplan of de huisregels hebben kinderen doorgaans de toestemming nodig van een arts om een ouder mee te nemen op vakantie, zoals in deze zaak. Maar juridisch staat het de vertegenwoordigers van een patiënt vrij een behandelingsovereenkomst op te zeggen. Arts en instelling kunnen nog proberen de rechter te verzoeken een (andere) mentor aan te wijzen of aangifte doen bij de politie wegens (dreigende) mishandeling of ontvoering. Daarvoor zijn dan wel heel goede argumenten nodig.

Maar wat gebeurt er straks thuis? Het is te hopen dat de familie ermee instemt dat de huisarts of de specialist ouderengeneeskunde vinger aan de polst houdt. Maar daartoe is de familie niet verplicht. Is dat alleen al een reden om melding te doen bij het SHG? Dat kan moeilijk worden volgehouden. Het is daarnaast niet aan de arts om te controleren of de zorggelden, inclusief het eventuele persoonsgebonden budget, niet in de zakken van de kinderen verdwijnen.

De behoefte aan (toe)zicht op kwetsbare ouderen neemt toe naarmate ouderen langer thuis blijven wonen en de indicatiecriteria voor verzorgings- en verpleeghuizen strikter worden. De huidige transitie van zorgtaken naar gemeenten vormt wellicht een uitgelezen kans ook over hierover na te denken, natuurlijk met respect voor de privacy van patiënt en familie. Tegelijkertijd zullen we ons moeten realiseren dat een arts geen politieagent is en dat hij bepaalde zaken beroepshalve niet met anderen mag delen. De hand van de arts reikt daarom niet ver. Dat is soms jammer, maar meestal een goede zaak.

Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht in Leiden en NJB-expert.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.