De Uitspraak: Kun je het leed van misbruik binnen een sekte laten vergoeden?

Kun je schadevergoeding krijgen voor seksueel misbruik, abortussen, gederfd inkomen en therapie na jarenlang verblijf in een leefgemeenschap?

De Zaak.

Een vrouw eist van een stichting en een bewoner van een leefgemeenschap hoge bedragen omdat zij vanaf jonge leeftijd langdurig seksueel misbruikt is. Zij liet tweemaal zwangerschappen afbreken. Zij eist nu, ruim tien jaar nadat zij de ‘sekte’ verliet, € 100.000 vergoeding wegens psychische schade. En € 93.268,80 aan materiële schade.
De stichting en de bewoner ontkennen het seksueel misbruik, de zwangerschappen en enige verantwoordelijkheid voor de schade. Maar zij slagen volgens de rechter niet in het leveren van tegenbewijs.


Hoe onderbouwt de vrouw haar claim?

Voor de immateriële schade verwijst zij naar een uitspraak van het Hof Amsterdam uit 2011 over een psychiater die gedurende 14 jaar een patiënte misbruikte. De rechter kende haar € 50.000 smartengeld toe. Zij meent dat haar geval ernstiger is omdat het misbruik van haar elfde tot haar tweeëntwintigste duurde en dus haar hele pubertijd omvatte. De man zou de band met haar moeder verder opzettelijk hebben verzwakt, haar geestelijk zwaar hebben beïnvloed en haar ook hebben onderworpen.
De materiële schade van zo’n € 90.000 bestaat uit gederfd inkomen omdat zij door het verblijf in de gemeenschap nooit een goede opleiding kon volgen en daarom nooit op haar niveau kon werken. Zij verliet de ‘sekte’ in 2004: ze eist over 2005 tot 2013 per maand € 500 De vrouw meent ook over de komende vijf jaar geen normaal inkomen te kunnen verdienen en eist daarom tot 2019 eenzelfde maandbedrag. Verder eist ze ruim € 3200 voor gevolgde en in de toekomst nog te volgen therapieën.


Hoe verweren de stichting en de man zich?

Die laten het bij een ‘blote betwisting’ van de beschuldiging, ontkennen de psychische en materiële schade of vinden die niet goed onderbouwd.


Hoe oordeelt de rechter?

Die vindt dat de feiten over het misbruik en de ‘ontegenzeggelijke’ gevolgen ervan voldoende vaststaan. Aan de onderbouwing van een immateriële schadevergoeding hoeven van de rechtbank geen hele hoge eisen te worden gesteld. De eiser legde ook medische rapportages over; de rechtbank kent de gevraagde € 50.000 toe. De schade die ze leed door de gedwongen ‘onthechting’ van haar moeder en haar jarenlange verblijf in de gemeenschap is echter verjaard.
De geëiste materiële schadevergoeding krijgt de vrouw niet. Ze heeft immers gesteld dat ze ‘door alle gebeurtenissen’ geen opleiding heeft kunnen volgen. Ze heeft echter niet gesteld, en ook niet onderbouwd, dat haar gebrek aan opleiding en werkniveau een direct en specifiek gevolg was van het seksuele misbruik. Dat lagere inkomen kon ook een gevolg zijn van (alleen) maar haar verblijf in de leefgemeenschap. Ze heeft dus geen recht op vergoeding van gederfd inkomen.
De therapie inkomsten komen echter wel in aanmerking voor vergoeding, zij het gedeeltelijk. De rechtbank vergoedt de eigen bijdrage van € 200 die zij moet betalen, gedurende zes jaar. Bij de hoofdsom van € 50.000 kent de rechtbank bovendien de wettelijke rente (2%) toe vanaf 2004.

 

Lees hier de uitspraak (ECLI:NL:RBAMS:2015:1618)

Deze Uitspraak is ook te lezen op Recht en Bestuur.


Bron afbeelding: just.Luc
Folkert Jensma

Naam auteur: Folkert Jensma
Geschreven op: 20 april 2015

Juridisch redacteur, commentator en blogger bij NRC

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Richard Korver schreef op :
Zoals @JudgeJoyce al eerder heeft opgemerkt in haar column in NRC missen samenvattingen in lekentaal de nuance van het vonnis. Uit het vonnis blijkt dat het meisje meerdere grondslagen heeft geformuleerd op basis waarvan zij immateriële schadevergoeding vraagt. Dat had ze misschien beter niet kunnen doen.
De rechter stelt namelijk dat de grondslag van onthechting van haar moeder en het gedwongen verblijf in de leefgemeenschap weliswaar ontegenzeggelijk gevolgen heeft die in beginsel voor vergoeding in aanmerking komen, maar dat haar vorderingen op die grondslagen zijn verjaard.
Daardoor blijft de grondslag van het seksueel misbruik en de abortussen die daar het gevolg van zijn geweest over. Omdat eiseres zelf € 100.000,00 heeft gevraagd als immateriële schadevergoeding voor het leed ontstaan door het seksueel misbruik, de abortussen, en de onthechting van haar moeder en het gedwongen verblijf in de leefgemeenschap kan de Rechtbank bijna niet anders dan het bedrag matigen. Uiteindelijk kent de Rechtbank haar slechts de helft van haar claim toe.
Velen zoeken aansluiting bij de zogenaamde Smartengeldgids als het gaat om te beoordelen wat nu een redelijk bedrag aan immateriële schadevergoeding zou zijn. Er zijn mensen die in de praktijk werken die de gids ook wel eens de zogenaamde “conserveringsgids” noemen. Het is namelijk uitermate conservatief wat je daarin aantreft. Het zijn veelal gepubliceerde strafzaken en weinig civiele zaken. Bereikte schikkingen staan er al helemaal niet in.
Soms is het verstandig aansluiting te zoeken bij zaken die niet in die smartengeldgids worden gepubliceerd zoals bijvoorbeeld uitspraken in het kader van het vergoeden van schade na seksueel misbruik door de Rooms-Katholieke kerk. Daar is sprake van een onderverdeling in vijf categorieën en komt de zwaarste categorie neer op een schadevergoeding van maximaal € 100.000,00. Kijkend naar de zaak zou dit meisje in die categorie zijn gevallen.
Als zij (of haar advocaat) die vergelijking had gemaakt, had zij haar oorspronkelijke eis misschien wel nog hoger ingezet. Dan had zij voor het misbruik en de abortussen € 100.000,00 gevorderd en nog een apart bedrag voor de onthechting met moeder en het gedwongen verblijf in de leefgemeenschap.
Dat ook rechters smartengeld soms aan de lage kant vinden blijkt o.a. uit de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland die zelfs expliciet meldde dat zij niet ongevoelig is voor signalen uit de rechtswetenschap dat de vergoedingen in Nederland ten opzichte van het buitenland uit de pas zijn gaan lopen en dat, als de geldontwaarding volledig zou worden verdisconteerd in feite zelfs sprake is van een achteruitgang (!).
Uiteindelijk vonnist ook die rechter dat wat ‘billijk’ is, zo luidt althans de motivatie. Dat is uitermate subjectief. Wie vindt dat billijk? Vrouwe Justitia? De wetenschapper? Rechters moeten om zich heen kijken en met hun beslissing midden in de maatschappij staan. Daar past een hogere vergoeding bij dan € 50.000,00 tenzij we menen dat er reden is om te vinden dat de Rooms-Katholieken zwaarder zouden moeten ‘boeten’ dan leden van de Antar Foundation. U kent het wel: “gelijke monniken, gelijke kappen.”

Richard Korver is advocaat bij Korver & Van Essen advocaten en NJB-expert
Siewert Lindenbergh schreef op :
Tranen met duiten
Seksueel misbruik kan leiden tot verschillende schadeposten. Naast financiële schade (inkomensschade, therapiekosten) gaat het om ‘immateriële’ schade, waarvoor de vergoeding ‘smartengeld’ heet. Dat is een paradoxale schadepost: vergoeding van ‘tranen met duiten’. Tegelijkertijd spreekt het aan: met geld is de klok niet terug te draaien, maar de benadeelde kan er wel iets mee ondernemen dat hem positiever stemt.
In Nederland is sinds lang aanvaard dat iemand die seksueel is misbruikt ook recht heeft op smartengeld: het gaat om een ernstige aantasting van de fysieke integriteit. De bedragen waren lange tijd – zeer – bescheiden. Uit onderzoek dat wij een jaar of vijf geleden deden bleek dat tussen 2000 en 2010 veelal tussen € 5.000 en €10.000 werd toegewezen, soms €15.000 en een enkele maal €30.000 en €36.000 in gevallen waarin het misbruik had geleid tot de geboorte van kinderen of gepaard was gegaan met ernstig lichamelijk letsel. In dat licht is het bedrag van €50.000 in dit geval fors.
Is er een stijging van smartengeldbedragen waarneembaar in Nederland? Opmerkelijk genoeg wordt al enige tijd geconstateerd dat het smartengeld de inflatie eigenlijk niet bijhoudt: het hoogste smartengeldbedrag dat een Nederlandse rechter heeft toegewezen is €150.000 (in 2007 en nog eens in 2014 bij zeer ernstig letsel), terwijl in 1989 al €136.000 werd toegewezen. Zouden we op dat laatste bedrag een inflatiecorrectie toepassen, dan zou de top nu €250.000 moeten naderen.
Hoe komt dat? Smartengeld wordt volgens de wet ‘naar billijkheid’ vastgesteld, waardoor de rechter een ruime beoordelingsvrijheid heeft. Toch lijkt hij daarbij liever houvast te zoeken bij eerder door zijn collega’s toegewezen bedragen dan eens ‘uit de band te springen’. Opmerkelijk genoeg laat de Duitse rechter, die precies hetzelfde criterium hanteert, zien dat het smartengeld ook fors kan stijgen. Sinds de invoering van de euro is het smartengeld daar meer dan verdubbeld.
Intussen laten Nederlandse rechters wel steeds vaker zien dat zij zich bewust zijn van deze zuinigheid: verschillende rechters hebben het afgelopen jaar uitgesproken dat het smartengeld in Nederland omhoog moet. Maar tot grote stappen heeft dat nog niet geleid. Dat is voor rechters ook niet zo eenvoudig, want voor grote stappen zoeken zij goede motiveringen, en dat is bij vergoeding van ‘tranen met duiten’ nu eenmaal lastig. Vaststellen ‘naar billijkheid’ betekent: met de hand op het hart, en dat is nauwelijks een rationeel proces. En hoe hoog is dan hoog genoeg? Moet Nederland aansluiting zoeken bij de Duitse top (€600.000), bij de Engelse (€380.000) of bij de toppen uit andere Europese landen, die veelal lager liggen (maar vaak wel hoger dan in Nederland)?
Het ligt voor de hand dat de Nederlandse rechter hier zijn eigen weg zoekt. Want hoewel men zou denken dat het verlies van een been in Denemarken even ernstig is als in Spanje, hanteren alle Europese landen een eigen ‘smartengeldschaal’. Dat die in Nederland in elk geval bij de tijd wordt gebracht illustreert de uitspraak van de misbruikte vrouw: €50.000 is aanzienlijk meer dan tien jaar geleden zou zijn toegewezen.

Siewert Lindenbergh, hoogleraar privaatrecht, Erasmus Universiteit Rotterdam en NJB-expert

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.