De Uitspraak: Krijgt een eigengereide huisarts haar baan als invaller terug?

Kan een eigengereide huisarts de Dokterswacht dwingen haar weer in dienst te nemen?

De Zaak.

Een Friese huisarts accepteert de opzegging van haar contract na een conflict niet. Zij deed invaldiensten in heel Friesland. Nu werkt zij nog als invaller bij één huisartsengroep. Ze wil haar contract terug en 25.000 euro schadevergoeding.

Waar ging het conflict over?

De Dokterswacht constateerde onrechtmatig omgaan met patiëntgegevens, schending van het beroepsgeheim, onzorgvuldig verslagleggen en een ondermaatse bejegening van patiënten. Zo bleek zij patiënten van ongelukken te werven voor de commerciële letselschadepraktijk van haar man. Voor hen trad ze ook als medisch adviseur op. Ook gaf zij gegevens van andere patiënten door en verspreidde ze folders van haar man. Dat vond de Dokterswacht belangenvermenging, schending van privacy en ethisch ongeoorloofd.
Verder kwamen er disproportioneel veel klachten over haar binnen. In haar patiëntverslagen liet zij zich denigrerend en kwetsend uit. Zij noteerde: .. heeft een ‘laag IQ’, is ‘moddervet’, ‘lult als een gieter’ en ‘stinkt een uur in de wind’. Over een stervende: ‘Helaas ging hij nog niet dood terwijl wij er waren. Dat betekent dus nogmaals op en neer naar ..’
De Dokterswacht meldde haar ontslag „wegens disfunctioneren” bij de Inspectie Gezondheidszorg.

Werd de huisarts op haar functioneren aangesproken?

Zij was invaller vanaf 2003 en werd in 2008 ‘meerdere malen’ aangesproken op haar gedrag, ook schriftelijk. Dat leidde tot coaching door een oud-huisarts om haar bejegeningsvaardigheden te verbeteren. De wervingsactiviteiten moest ze staken. In februari 2011 kreeg zij een corrigerend gesprek met de directeur omdat de klachten aanhielden. Zij ontkende de kritiek en vertelde niet te kunnen of te willen veranderen. In maart klaagde een advocatenkantoor dat de huisarts nog steeds patiënten wierf voor schadeprocedures. Daarop volgde ontbinding van het contract met als reden dat zij „onaanvaardbare risico’s” in de patiëntenzorg veroorzaakt.

Accepteert zij haar vertrek?

Zij spant tweemaal een kort geding aan, waarvan zij er één wint en één verliest. En een bodemprocedure. De Dokterswacht laat haar beslissing toetsen door de eigen ‘kwaliteitscommissie’, die overigens nalaat de huisarts te horen. Ook wordt de Landelijke Commissie van Advies van de huisartsenvereniging ingeschakeld. Beide steunen de beslissing waarbij de LCA opmerkt dat zij de klachten bagatelliseert en geen zelfinzicht heeft. Het doorspelen van patiënten aan ‘ons schadebedrijf’ is volstrekt onjuist. Haar waarneemberichten zijn medisch onvoldoende, haar schriftelijke waarnemingen respectloos en verontrustend. Zeker nu patiënten een inzagerecht hebben in hun dossier. Na het oordeel van de LCA voert de Inspectie een gesprek met de huisarts. Zij belooft daarin haar gedrag aan te passen. Daarmee is de melding voor de inspectie ‘afgesloten’. Er is geen gevaar voor de gezondheidszorg.

Hoe oordeelt de bodemrechter?

Die laat het LCA advies zwaar wegen en stelt vast dat de huisarts erkende patiënten te hebben geworven. Dat is laakbaar. De slecht onderbouwde waarneemberichten en de respectloze toon daarin vindt de rechtbank ‘zeer laakbaar’. Daardoor ontstaat een risico van medische missers. Haar gedrag vertoont structurele en herhaaldelijke tekortkomingen. Dokterswacht hoeft haar niet terug te nemen.

Lees hier de uitspraak (ECLI:NL:RBNNE:2014:6365).

Deze Uitspraak is ook te lezen op Recht en Bestuur.

Folkert Jensma

Naam auteur: Folkert Jensma
Geschreven op: 27 januari 2015

Juridisch redacteur, commentator en blogger bij NRC

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Frits Jansen schreef op :
Sorry ik bedoelde natuurlijk ONprofessioneel.
Frits Jansen schreef op :
Wat een ontzettend oninteressant geval. Een dokter die zich bij herhaling welbewust professioneel heeft misdragen krijgt natúúrlijk har baan niet terug.
Aart Hendriks schreef op :

Een pijnlijk gebrek aan professionaliteit

Pijnlijk genoeg moet worden geconcludeerd dat de door Dokterspost Friesland ontslagen huisarts iedere vorm van professionaliteit ontbeert. Het is bedenkelijk dat een arts meent de rol van huisarts te kunnen combineren met het werven van klanten voor de letselschadepraktijk van haar echtgenoot. Het wordt nog erger indien die arts ronduit lak heeft aan de regels aangaande bejegening, dossiervoering en beroepsgeheim. Zij is evenmin in staat en bereid gebleken haar functioneringsproblemen op te lossen. Juridisch is daarmee sprake van een disfunctionerende arts. Dat is ernstig en zorgelijk, voor haarzelf, het blazoen van de beroepsgroep en, niet in de laatste plaats, de patiënt.

Dokterspost Friesland mag zich hebben ontdaan van deze arts, maar zolang de tuchtrechter niet wordt ingeschakeld, blijft de vrouw recht houden op het voeren van haar huisartsentitel en mag zij als zodanig werkzaam blijven. Dat valt moeilijk te begrijpen.

Dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) geen tuchtzaak is gestart, is op basis van de feiten op zijn zachtst gezegd opmerkelijk. En dat terwijl Dokterspost Friesland de IGZ diverse malen had gewezen op de functioneringsproblemen, alsmede de eenzijdige beëindiging van de arbeidsrelatie. Toegegeven, volgens de toentertijd geldende beleidsregels voor de IGZ (‘Leidraad meldingen 2007’) mocht de IGZ een melding alleen nader onderzoeken indien de veiligheid van patiënten of de gezondheidszorg ernstig werden bedreigd dan wel indien het belang van de goede gezondheidszorg anderszins noodzaakt tot onderzoek. In de optiek van de IGZ was van dit alles kennelijk geen sprake.

Hierover kan anders worden gedacht. De wijze waarop de huisarts meent dat zij haar beroep kan uitoefenen vormt volgens mij wel degelijk een bedreiging voor de goede gezondheidszorg. Ik kan mij bovendien niet aan de indruk onttrekken dat de IGZ wel bij minder ernstige verdenkingen van disfunctioneren een tuchtprocedure start, waaronder bij eenmalige fouten door zorgverleners.

In de toekomst worden zorgaanbieders waarschijnlijk verplicht om bij de IGZ melding te doen van het beëindigen van een arbeidsrelatie, indien dat besluit verband houdt met het functioneren van een individuele zorgverlener. Dat staat althans in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen in de zorg, thans bij de Eerste Kamer aanhangig. Deze zaak lijkt te illustreren dat een dergelijke verplichting onzinnig is, zeker als de IGZ daarop niet acteert. Diezelfde wet bevat wel meer bepalingen die bovenal een administratieve belasting met zich brengen, maar waarvan de zorg niet beter wordt.

Kortom, de huisarts is haar baan bij dokterspost kwijt, maar mag zonder enige beperking elders aan de slag of – nog gevaarlijker – voor zichzelf haar werkzaamheden voortzetten. Deze casus toont aan dat het systeem van de beroepenwetgeving soms te liberaal is en dat de samenleving van de IGZ soms andere prioriteiten verwacht.

Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden en NJB-expert.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.