De gaskraan dicht!?

‘Er gaat niets boven Groningen’. Die slogan klinkt al lang niet meer. Het actuele beeld van de provincie wordt bepaald door economische problemen en vooral bezorgdheid bij haar inwoners over de gevolgen van de gaswinning. Bodemdaling en aardbevingen zorgen voor schade aan huizen en gebouwen, leiden tot daling van de waarde van onroerend goed, angst en onzekerheid en een gevoel van onveiligheid.

Hoewel een verband tussen de gaswinning en de aardbevingen al langer bekend was, wordt steeds duidelijker dat bij gelijkblijvende productie het aantal aardbevingen toeneemt, net als hun kracht. De protesten worden heviger, nieuwe berichten over risico’s en impact voor de bevolking volgen elkaar snel op en de druk op de landelijke politiek om in te grijpen en de gaskraan in meer of mindere mate dicht te draaien groeit.

In zijn brief aan de Tweede Kamer van 17 januari jl. heeft minister Kamp aangegeven wat het kabinet doet met de uitkomst van de onderzoeken die vorig jaar zijn uitgezet. Deze hebben onder meer betrekking op de mogelijkheden tot beperking van de gevolgen van zwaardere bevingen, maximale sterkte van toekomstige bevingen, alternatieve winningstechnieken, financiële gevolgen van eventuele productiebeperking voor de Staat, het verband tussen aardbevingen en daling van de waarde van woningen en het opstellen van nieuwe bouwnormen voor nieuwbouw en versteviging van bestaande gebouwen. De resultaten geven het kabinet nu aanleiding tot maatregelen gericht op verbetering van de veiligheid en vermindering van de gaswinning in dat verband (terug naar 40 miljard kubieke meter per jaar (in 2013 was het meer dan 50 miljard) maar in risicogebieden een drastische vermindering), grootschalige preventieve versterking van woningen, gebouwen en infrastructuur (van dijken bijvoorbeeld) en adequate schadeafhandeling. Bovendien vindt het kabinet dat tegenover de nadelige effecten van de gaswinning een positieve impuls moet staan. In dat verband worden maatregelen gericht op verbetering van de leefbaarheid en het economisch perspectief voor de regio aangekondigd. Voor de periode tot en met 2018 gaat het in ieder geval om een pakket van 1183 miljoen euro dat voor een groot deel door NAM wordt gefinancierd. 400 miljoen (plus een PM-post voor waardedaling) heeft daarbij betrekking op schadeafhandeling.

De teneur op dit laatste punt is duidelijk: de schade moet vergoed worden en het afwikkelingsproces optimaal verlopen. Sinds 2002 geldt dat de mijnbouwexploitant, NAM dus, ex art. 6:177 BW aansprakelijk is voor schade, die ontstaat door bodembeweging als gevolg van aanleg of exploitatie van het werk. NAM heeft een afwikkelingsprocedure ontwikkeld die nog wel voor verdere verbetering vatbaar zou zijn. Daarbij moet worden bedacht dat het aantal schademeldingen in 2012 en 2013 rond de 12.000 ligt.

Hoewel het pakket maatregelen een substantieel bedrag vertegenwoordigt en Kamp zijn best doet namens het kabinet ook voldoende empathisch over te komen, is de kern van het kabinetsbesluit weliswaar dat de gevolgen moeten worden beperkt en anders hersteld, maar dat we bij gebreke van reële alternatieven niet anders kunnen dan fors blijven leunen op de Groningse gaswinning. Het is evident dat hier veel op het spel staat en de afweging daarom moeilijk is. Behalve om preventie, schadeherstel en -vergoeding en andere ‘plaatselijke’ belangen, gaat het ook om ‘landelijke’ belangen. De Groningse gaswinning is essentieel voor onze energievoorziening en vormt al decennia lang een zodanige bron van inkomsten (thans ca. 10 miljard per jaar aan ‘Groningse’ aardgasbaten) dat hiermee voor een deel onze welvaart kan worden verklaard. We varen allemaal wel bij de Groningse gaswinning, maar de lasten worden buiten Groningen niet direct gevoeld. Dit roept associaties op met de gedachte van égalité devant les charges publiques en doet de vraag rijzen of het kabinet in dit verband wel ‘compenserend’ genoeg optreedt.

Maar zelfs als we in financieel-economische zin meer zouden ‘terugdoen’, blijft staan dat het kabinetsbesluit weliswaar voorziet in gerichte vermindering van de productie met het oog op de veiligheid (bijvoorbeeld met 80% in de omgeving van Loppersum), maar dat de gaswinning vooral doorgaat. Dat betekent dat aardbevingen met bijkomende schade en overlast zich ook in de toekomst zullen blijven voordoen en dat de bewoners van Groningen in die zekerheid verder moeten. Onze boodschap aan hun adres is dat de meest onveilige plekken worden ontzien, hun huizen worden verstevigd en eventuele schade adequaat zal worden afgewikkeld, maar dat we ons verdergaande actie niet kunnen veroorloven. Wen dus maar aan de aardbevingen…

Of we ons dit werkelijk kunnen permitteren, is de vraag. Niet voor niets heeft het College voor de Rechten van de Mens eind november vorig jaar in een brief aan minister Kamp aandacht gevraagd voor de mensenrechtelijke aspecten van deze zaak. Het kon daarbij wijzen op vaste jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens dat omgevingsfactoren die een negatieve invloed hebben op de gezondheid en/of het ongestoord woongenot, een schending van artikel 8 EVRM kunnen opleveren. We hebben misschien de neiging om te denken dat die rechtspraak ziet op héél andere gevallen in héél andere landen,1 maar de op art. 8 terug te voeren positieve verplichting van de overheid specifieke en adequate (voorzorgs)maatregelen te treffen die de burgers verzekeren van een effectieve bescherming van hun gezondheid bij gevaarlijke activiteiten, zou Nederland zeker bij zwaardere bevingen nog wel eens duur kunnen komen te staan.2 Er gaat niets boven ‘Straatsburg’: draait het EHRM straks de gaskraan dicht?

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2014/197, afl. 4, p. 249.

Bron afbeelding: markvall

 

1. Neem EHRM 27 januari 2009, AB 2009, 285 (Tatar/Roemenië) (vrijkomen 100.000 m³ cyanide na dambreuk) en EHRM 30 november 2004, NJ 2005, 210 (Öneryildiz) (methaan-explosie op vuilnisbelt bij sloppenwijk in Istanbul).
2. In verband met Tatar is de vraag of het om een verantwoord risico gaat en of de Staat, mede in het licht van een belangenafweging, voldoende heeft gedaan om de gevolgen van bevingen te beperken en schade te vergoeden. In dit verband treft het dat de Onderzoeksraad voor Veiligheid op verzoek van Kamp onderzoekt hoe de veiligheid van de inwoners de afgelopen jaren is meegewogen bij de besluitvorming over de gaswinning en wat betrokken partijen tot nu toe hebben gedaan om de risico’s van gaswinning in Groningen te beheersen.

Ton Hartlief

Naam auteur: Ton Hartlief
Geschreven op: 28 januari 2014

Advocaat-generaal bij de Hoge Raad en hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit Maastricht

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.