Commerce clause v. vrij verkeer


Het US Supreme Court dwingt de Amerikaanse deelstaten tot internal consistency en daarmee tot het voorkomen van interstatelijke dubbele belasting, iets dat het Hof van Justitie EU (nog) niet heeft aangedurfd. De zaak Comptroller v. Wynne (18 mei 2015, docket no. 13-485) betrof de meest basale evergreen in het internationale belastingrecht: dubbele belasting van grensoverschrijdend inkomen, éénmaal in de bronstaat en nog een keer in de woonstaat.


Bronstaten vinden dat iedereen, waar ook gevestigd, belasting moet betalen over inkomen uit economische activiteit op zijn grondgebied (bronbeginsel). Vestigingsstaten vinden dat hun inwoners naar draagkracht, dus over hun totale inkomen, waar ook verdiend, moeten bijdragen aan de publieke voorzieningen (woonplaatsbeginsel). Gevolg: dubbele belasting over het grensoverschrijdende deel van het inkomen. Bij actief inkomen (uit arbeid; uit onderneming) is in het internationale belastingrecht uitgangspunt dat de bronstaat vóórgaat omdat die Staat de mogelijkheid tot inkomensverwerving bood. De woonstaat treedt meestal terug - bij belastingverdrag of eenzijdig – door ofwel de in de bronstaat reeds belaste inkomsten vrij te stellen, ofwel aftrek (credit) te verlenen voor in de bronstaat al betaalde inkomstenbelasting.

Het echtpaar Wynne woonde in Maryland maar verdiende inkomsten in andere Staten. Maryland belastte hun totale inkomen met State tax en County tax. Van het State-deel mochten de Wynne’s de in andere Staten reeds betaalde inkomstenbelasting aftrekken (credit), maar niet van het County-deel. Daar bleef dus dubbele belasting bestaan. Hadden de Wynne’s hun inkomen uitsluitend binnen Maryland verdiend, dan was van dubbele belasting geen sprake geweest. Betekent dit nu dat Maryland grensoverschrijdende economische activiteit discrimineert, in strijd met de constitutionele commerce clause die inhoudt dat interstate commerce niet ongunstiger behandeld mag worden dan intrastate commerce (vergelijkbaar dus met de EU-verkeersvrijheden)?

Het HvJ EU heft dezelfde vraag op basis van de EU-verkeersvrijheden gekregen in C-513/04 Kerckhaert-Morres (dubbele belasting op grensoverschrijdend dividend: dividendbelasting in bronstaat Frankrijk en inkomstenbelasting in woonstaat België), en in C-67/08 Block (dubbele erfbelasting op Spaans onroerend goed: éénmaal in Spanje op grond van het situsbeginsel en nog een keer in de woonstaat van de verkrijgster (Duitsland) op grond van het verkrijgings-beginsel). Het HvJ EU zag ondanks die dubbele belasting, die zich in een puur intern geval nooit zou voordoen, geen discriminatie van buitenlands inkomen c.q. niet-inwoners, maar een nondiscriminatoire “parallelle uitoefening van heffingsbevoegdheid” waartegen de EU-vrijverkeersrechten niet helpen. Om Block als illustratie te nemen: situsstaat Spanje
discrimineerde niet-inwoners niet, want eigen inwoners die Spaans onroerend erfden, werden hetzelfde belast als niet-inwoners; woonstaat Duitsland discrimineerde evenmin, want Duitse inwoners die Spaans onroerend goed erfden, werden hetzelfde belast als Duitse inwoners die Duits on-roerend goed erfden.

Het Supreme Court (USSC) kwam in Comptroller v. Wynne op basis van de commerce clause tot een heel ander resultaat. Het USSC past een internal consistency test toe, die vraagt of binnenstaatse en grensoverschrijdende economische activiteit gelijk behandeld wordt als alle Staten het systeem van de onderzochte Staat zouden toepassen. Verdwijnt de ongelijkheid bij zo’n gelijkschakeling, dan is zij een gevolg van geoorloofde stelseldispariteit. Blijft de ongelijkheid ondanks gelijkschakeling bestaan, dan gaat het om verboden discriminatie van interstate commerce door de onderzochte Staat. Maryland zakte voor deze test omdat hij ook niet-inwoners onderwerpt aan County tax, voor inkomen op zijn territoir verdiend. Dat achtte het USSC inconsistent en daarmee discriminatoir: als een Staat vindt dat hij als bronstaat het eerste heffingsrecht heeft ten laste van niet-inwoners, dan moet hij in de omgekeerde situatie het eerste heffingsrecht erkennen van de bronstaat van buitenstaats inkomen van zijn inwoners en dus credit geven. Dat deed Maryland niet. Anders gezegd: Maryland mocht niet het bronbeginsel toepassen op niet-inwoners en tegelijkertijd onverkort (zonder credit) het woonplaatsbeginsel op inwoners.

Het USSC dwingt daarmee de deelstaten om interstatelijke dubbele belasting te voorkomen en beperkt hun stelselkeuze tot vier mogelijkheden: (i) doorgaan met niet-inwoners belasten voor binnenstaats inkomen en inwoners voor hun totale inkomen, maar inwoners credit geven voor de buitenstaatse belasting op buitenstaats inkomen, of (ii) inwoners onbeperkt belasten (zonder credit voor buitenstaats inkomen), maar daartegenover afzien van elke belastingheffing van niet-inwoners, of (iii) inwoners hetzelfde behandelen als niet-inwoners: beiden alleen belasten voor binnenstaats in-komen (territorialiteitsstelsel: bronbeginsel voor iedereen), of (iv) andersom: niet-inwoners behandelen als inwoners: beiden belasten voor hun totale inkomen, maar met credit voor alle buitenstaatse inkomensbestanddelen.

Het HvJ EU daarentegen ziet een tertium naast discriminatie en dispariteit. Als niet-inwoners niet zwaarder belast worden dan inwoners en buitenlands inkomen niet zwaarder dan binnenlands inkomen, dan ziet het HvJ EU geen discriminatie, ook niet als dubbele belasting blijft bestaan; die is dan een gevolg van “parallelle uitoefening van heffingsbevoegdheid” waartegen de verkeersvrijheden niet helpen omdat die niet zeggen of het bronbeginsel of het woonplaatsbeginsel vóórgaat. Kerckhaert en Block staan dus haaks op Comptroller v. Wynne: EU-lidstaten hoeven interstatelijke dubbele belasting niet te voorkomen. Het HvJ EU en het USSC verschillen daarmee fundamenteel van discriminatie-concept. Het USSC eist dat een Staat als woonstaat hetzelfde standpunt inneemt als wanneer hij bronstaat is; dat hij de inbound situatie hetzelfde behandelt als de outbound situatie. Het HvJ EU daarentegen gaat na of een inbound geval nationale behandeling krijgt en of een outbound geval hetzelfde behandeld wordt als een intern geval, zonder daarbij de inbound en outbound posities onderling te vergelijken.

Voor de belastingbetaler en de interne markt is de internal consistency test ongetwijfeld beter. Maar voor bijvoorbeeld de Britten zou zij het laatste zetje kunnen zijn om uit de EU te stappen. De EU is geen federatie zoals de VS; Maryland heeft niet overwogen uit de VS te stappen.

Naam auteur: Peter Wattel
Geschreven op: 29 maart 2016

Advocaat-generaal bij de Hoge Raad en hoogleraar Europees belastingrecht Universiteit van Amsterdam

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.