Brexit

Wat de uitkomst van het Brexit-referendum ook zal zijn, 23 juni 2016 wordt een historische dag in de geschiedenis van de Europese Unie. De verhoudingen tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk zullen vanaf dat moment niet meer hetzelfde zijn.

Wordt het geen Brexit, dan verkrijgt het Verenigd Koninkrijk op diverse beleidsterreinen een status aparte. Vertrekt het Verenigd Koninkrijk wel, dan ontstaat een unieke situatie. De EU is tot op heden gegroeid in het aantal  lidstaten. Niet gekrompen. Het uittreden van een land is niet alleen uniek, maar heeft ook grote gevolgen. Zeker in het geval van het VK. Allereerst is het land in economische zin, in het bijzonder in financiële dienstverlening, een belangrijke speler binnen de Unie. Ook in politiek opzicht is de stap niet zonder consequenties. Weliswaar heeft het land altijd al de reputatie gehad sceptisch en kritisch te zijn, maar zoals bij ieder complex samenwerkingsverband geldt ook hier dat een ‘ja, maar’-geluid de discussie voedt en anderen scherp houdt.

Vanuit juridisch perspectief is het vertrek evenzeer complex. Juist omdat nooit eerder een land afscheid nam, zijn de consequenties nauwelijks tot niet te overzien. Het Verdrag van Lissabon voorziet in de mogelijkheid tot uittreden (art. 50 Verdrag). De EU enerzijds en de lidstaat die vertrekt anderzijds hebben vervolgens twee jaar om tot nadere afspraken te komen. Dat is nogal kort voor wat er moet gebeuren. Niet alleen moeten bestaande politieke en juridische verbanden worden ontvlochten. Ook zal men afspraken willen maken om toch zoveel als mogelijk samen te blijven werken. Ongeacht of deze klus wel of niet naar tevredenheid van partijen wordt geklaard: twee jaar na dato krijgt het VK de status van niet-lidstaat. Denkend vanuit het vrije verkeer van goederen, personen en diensten verandert van de ene op de andere dag de positie van talloze burgers en bedrijven. Een Nederlandse advocaat die op dat moment in Londen woont en werkt, kan niet langer voordeel behalen uit de verkeersvrijheden. Sterker nog. Zelfs de faciliteiten die Noorse en Zwitserse burgers en bedrijven genieten in de EU, zullen niet van toepassing zijn op de Britten indien daarover geen afspraken zijn gemaakt. Kortom, willen de landen en de daar gevestigde (rechts)personen over en weer van elkaar profiteren op het terrein van handel, kapitaal, douane en andere zaken dan zal over de daartoe noodzakelijke voorwaarden onderhandeld moeten worden.

In het eerder verschenen themanummer over het Nederlands voorzitterschap van de EU (NJB 2016/1) schreef Hirsch Ballin over de ruimte voor een op wezenlijke punten gedifferentieerde Europese Unie. Het zou het Nederlandse voorzitterschap goed doen, aldus de auteur, het groeiende verlangen bij lidstaten naar meer flexibiliteit te onderkennen. Het pakket dat met het VK is uitonderhandeld geeft een gedifferentieerd Europa nu daadwerkelijk gestalte. Maar De Waele merkt in zijn bijdrage in deze aflevering op dat de consequenties verregaand zijn. De nieuwe procedure van een ‘lichtrode kaart’ bijvoorbeeld geeft nationale parlementen meer invloed op het Europese besluitvormingsproces. Daarmee groeit niet alleen de complexiteit van dit proces, maar wordt ook de legitimiteit van de supranationale organen verder in twijfel getrokken. Bovendien, aldus De Waele, “behelzen de beoogde beperkingen van sociale voordelen van migranten een kleine aardverschuiving, door een hypotheek te leggen op het principe van vrij verkeer, en directe discriminatie uit de taboesfeer te halen.” Al met al, zo concludeert de auteur, zou de aangerichte schade wel eens permanent kunnen zijn, “zelfs als er van de versterkte uitzonderingspositie in de praktijk niets terecht komt, of het ‘leave’-kamp op 23 juni aan het langste eind trekt”.

Laten we positief eindigen. Gelukkig is het Verenigd Koninkrijk geen lid van de eurozone. Er ontbreekt momenteel namelijk een regeling over het uittreden uit de eurozone. Was het VK wel lid, dan was bij een Brexit de complexiteit helemaal niet te overzien. Dan zouden de afspraken die vanuit het lidmaatschap van de eurozone gelden, onverkort van kracht blijven. Te denken valt dan aan het Verdrag voor stabiliteit, coördinatie en governance in de EMU. Afspraken die uit het lidmaatschap van de Unie voortvloeien, zoals over het toezicht van de Europese Commissie op nationale begrotingen en het bevorderen van begrotingsdiscipline, zouden echter wel hun gelding verliezen. Ruim vier jaar geleden bracht de huidige voorzitter van de Eerste Kamer, Broekers-Knol, hierover een vraag in: “Is het niet zo dat de connexiteit van het lidmaatschap van de Europese Unie en deelname aan de eurozone dusdanig is dat lidstaten van de Europese Unie die behoren tot de eurozone in feite niet uit de Europese Unie kunnen stappen omdat ze niet uit de eurozone kunnen treden?” Hoe snel de Europese wereld kan veranderen toont het antwoord van staatssecretaris Knapen: “Het lijkt me overigens een fascinerende vraag om die aan een promovendus mee te geven (...).” Om vervolgens zijn reactie af te sluiten met de opmerking: “Alleen is het wel zo dat artikel 50 een context heeft die maakt dat het wel eens wat academischer zou kunnen zijn in de praktijk dan de suggestie van dat ene artikel zou kunnen doen vermoeden.”1 Nog geen vijf jaar later blijkt het uittreden van een lidstaat verre van louter een academische discussie.

 

Dit Vooraf is ook gepubliceerd in NJB 2016/1126, afl. 23.

Corien Prins

Naam auteur: Corien Prins
Geschreven op: 6 juni 2016

Hoogleraar Recht en Informatisering aan de Universiteit van Tilburg

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Sjoerd Claessens schreef op :
Mocht het zo ver komen dan ben ik, met de zaak Rottmann (C-135/08) in gedachten, ook benieuwd hoe het Hof van Justie om gaat gaan met het verlies van Unieburgerschap van elke Britse onderdaan...

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.