Regelgeving heeft vaak twee doelen: burgers van dienst zijn en fraude voorkomen. Het verwijt klinkt vaak dat het tweede doel het eerste in de weg zit: als je koste wat kost alle fraude in de kiem wilt smoren, heb je veel regels en administratie nodig. Met zó veel regels is het gemakkelijk om er onbedoeld eentje te overtreden. Dat kan soms grote gevolgen hebben, zoals de toeslagenaffaire liet zien. Veel regelgeving lijkt gebaseerd op wantrouwen. Kan het ook anders? Hoe kunnen we in de wirwar van regels de menselijke maat behouden? En hoe kan het dat elke poging om de regels simpeler te maken de boel alleen nog maar verder lijkt te compliceren? Waarom heffen we niet gewoon een paar regels op? Blijkbaar is het heel moeilijk om het doolhof aan regels aan te pakken zonder opnieuw regels te creëren. Tegelijkertijd is zomaar regels afschaffen vaak onmogelijk: zelfs de mensen die erover gaan groeien alle regels vaak boven het hoofd, waardoor het moeilijk is om te overzien wat de afschaffing van een regel voor gevolgen kan hebben. Het overzicht lijkt zoek.

Tijdens deze lezing gaan jurist Rowin Jansen en filosoof Marcel Becker (beide verbonden aan de Radboud Universiteit) in gesprek over het regeldoolhof.