Het zouden weleens de belangrijkste Europese verkiezingen ooit kunnen worden: begin juni bepalen zo’n 370 miljoen kiezers de koers van de EU – en dat lijkt een rechts-populistische koers te worden, maar de uitslag staat nog allesbehalve vast. Naast de overwinning van de PVV hebben ook in landen als Italië, Finland en Zweden radicaal-rechtse partijen een verkiezingswinst geboekt – en in België en Duitsland stijgen ze in de peilingen. Die bewegingen lijken elkaar Europa-breed in hun verzet tegen de EU te vinden, maar het blijft de vraag of dat rechtse geluid zich naar sterke Europese samenwerking zal vertalen. Want ook progressieve bewegingen hebben voet aan de grond, zowel binnen als buiten de politiek. Zo is er in Duitsland na de Black Lives Matter-protesten in 2020 een regeringscommissie tegen rechts-extremisme en racisme opgezet. De klimaatbeweging is groter dan ooit, met concreet beleid tot gevolg: Nederland moet – net als de rest van de EU – in 2050 klimaatneutraal zijn. En in een diep verdeeld Spanje, waar een conservatieve partij de grootste werd, is er nog steeds een socialistische partij aan de macht, door een sterkere samenwerking op links. Waar komt de rechts-populistische wind vandaan? Zijn de radicaal-rechtse bewegingen daadwerkelijk aan het groeien, en hoe zijn ze binnen Europa met elkaar verbonden? En hoe zit het met de progressieve kant? Hoe is die georganiseerd, en wat kan het bij de Europese verkiezingen betekenen? Moderator: Andrew Makkinga. Spreker: Anna Strolenberg.