Stb. 2012, 583 Normering bezoldiging (semi)publieke sector

Wet van 15-11-2012, Stb. 2012, 583 en inwerkingtredingsbesluit van 15-11-2012, Stb. 2012, 584

Wet met regels inzake de normering van bezoldigingen van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector (Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector)

—Deze wet dient de topbezoldigingen in de publieke en semipublieke sector te normeren en te maximeren, met de achterliggende gedachte dat organisaties die een publieke taak hebben en die bekostigd worden met publiek geld, hun bestuurders ordentelijk behoren te betalen. Ordentelijk betekent: evenwichtig, maatschappelijk verantwoord en niet exorbitant. In de eerste plaats is het doel van de wet te voorzien in een democratisch gelegitimeerd instrument op basis waarvan normen en verplichtingen kunnen worden opgelegd ten aanzien van de bezoldiging van bestuurders en andere topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector. Het tweede doel van de wet is af te bakenen welke instellingen en organisaties tot de publieke respectievelijk semipublieke sector worden gerekend en te bepalen wat dat betekent voor het bezoldigingsbeleid voor topfunctionarissen dat de bedoelde sectoren dienen te voeren. Het laatste oogmerk van de wet is te verhinderen dat de instellingen in de publieke en semipublieke sectoren rechtens in staat zijn bovenmatige bezoldigingen toe te kennen. Dit wordt bereikt doordat de wet beperkingen oplegt aan de bevoegdheid van de instellingen in de publieke en semipublieke sector en de topfunctionaris als werknemer bezoldigingen overeen te komen die uitgaan boven het voor die instelling geldende normbedrag.

Naarmate een onderdeel van de semipublieke sector zich dichter bij de publieke sector bevindt, wordt het bezoldigingsbeleid strikter. Er wordt voorzien in drie verschillende bezoldigingsregimes. De wet is van toepassing op de publieke sector door een opsomming van alle krachtens publiekrecht opgerichte rechtspersonen. Voor de semipublieke sector is de reikwijdte van de wet afgebakend door te benoemen welke sectoren en instellingen tot de semipublieke sector worden gerekend. De uitkomst van de afbakening is neergelegd in de bijlagen. Vervolgens zijn de sectoren ingedeeld naar één van de drie bezoldigingsregimes.

Het bezoldigingsmaximum is van toepassing op de publieke sector en dat deel van de semipublieke sector dat op zeer korte afstand van de publiek sector staat. Voor het deel van de semipublieke sector dat wat verder van de publieke sector af staat, geldt een minder zwaar regime. De openbaarmakingsverplichting geldt voor de publieke sector, de delen van de semipublieke sector waarvoor het maximum of een sectornorm geldt en voor die instellingen waarvoor het kabinet normering van de bezoldiging te zwaar acht, maar waarvan openbaarmaking van de bezoldiging toch gewenst is.

Het sluitstuk van de normering is dat de bevoegdheid van de aangewezen publieke instelling of semipublieke rechtspersoon om bezoldigingen boven het normbedrag toe te kennen wordt beperkt op grond van deze wet. Als er dan toch hogere bezoldigingen worden overeengekomen, zijn deze onverschuldigd betaald.

Bij de behandeling in de Tweede Kamer zijn middels nota’s van wijziging en amendementen vele aanpassingen in het oorspronkelijk voorstel aangebracht. Deze hebben de Eerste Kamer er toe geleid de Afdeling advisering van de Raad van State om een voorlichting te vragen met betrekking tot die aanpassingen. Het betreft de volgende wijzingen (bij nota van wijziging):

  • gewijzigde bijlage bij het wetsvoorstel ten aanzien van een aantal organisaties;
  • aangepaste bepaling omtrent de ontslagvergoeding in verband met deeltijders en jaarlijkse indexatie van bedragen;
  • aangepast overgangsrecht;
  • een wijziging aangebracht in de bepaling met betrekking tot de advisering door het adviescollege normeringsbeleid bezoldigingen topfunctionarissen.

Bij amendement zijn de volgende aanpassingen aangebracht:

  • uitbreiding van de reikwijdte van het voorstel tot algemeen nut beogende instellingen;
  • verplaatsing van zorgverzekeraars van bijlage 4 naar bijlage 3;
  • uitbreiding van de reikwijdte van het voorstel tot rechtspersonen die subsidies ontvangen die tezamen meer dan 50% van de jaarlijkse inkomsten bedragen van de rechtspersoon;
  • de normstelling ten aanzien van leden van toezichthoudende organen;
  • verkorting van de termijn bij functievervulling anders dan een arbeidsovereenkomst;
  • het maximale tijdsbeslag voor leden van toezichthoudende organen;
  • aanpassingen betreffende variabele beloningen;
  • verkorting van de overgangstermijnen.
     

Inwerkingtreding

Art. 2.3 treedt in werking m.i.v. 24-11-2012 (Stb. 2012, 583), de overige artikelen treden in werking m.i.v. 1-1-2013 (Stb. 2012, 584, waarin ook de bedragen genoemd in art 2.3 worden verhoogd per 1-1-2012).
 

Kamerstukken

NJB Vlog

NJB Vlog is deze week van start gegaan op njb.nl en You Tube. In korte interviews geven auteurs een toelichting op hun artikel en motivatie waarom ze in de pen klommen. 

Afbeelding

Hielke Hijmans (De AVG en de UAVG) en Tineke van de Bunt (De bewerkersovereenkomst onder de AVG) bijten het spits af. 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.