Stb. 2014, 494 Langdurige Zorg

Wet van 03-12-2014, Stb. 2014, 494 en inwerkingtredingsbesluit van 09-12-2014, Stb. 2014, 521

Wet van 3 december 2014, houdende regels inzake de verzekering van zorg aan mensen die zijn aangewezen op langdurige zorg (Wet langdurige zorg)

—Het doel van deze wet is dat ouderen met een blijvende somatische of psychogeriatrische beperking en mensen met blijvende verstandelijke, lichamelijke en/of zintuiglijke beperkingen passende zorg krijgen met aandacht voor het individuele welzijn. Basisprincipe dat in de Wet langdurige zorg (Wlz) voorop staat, is dat uitgegaan wordt van wat mensen (nog) wel kunnen in plaats van wat zij niet kunnen. De regering constateert een beperkte aansluiting tussen de veranderende samenleving en de AWBZ die in 1968 van kracht werd en sindsdien ten principale niet meer is veranderd. Er is vraag naar een nieuwe volksverzekering die de huidige Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) vervangt. Gemeenten worden verantwoordelijk voor activiteiten op het gebied van ondersteuning en begeleiding die onderdeel uitmaakten van de AWBZ.

De onderhavige wet strekt ertoe een nieuwe volksverzekering in het leven te roepen, die waarborgen biedt voor behoud of verbetering van kwaliteit van leven aan mensen die, ook met steun van de eigen omgeving, niet meer zelfredzaam kunnen zijn. Het verschil tussen de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015), de Zorgverzekeringswet (Zvw) en Wlz is primair gelegen in de groep cliënten die er recht op heeft en de zorgbehoefte die zij hebben. De Wlz richt zich op mensen met een blijvende somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking en mensen met een blijvende verstandelijke, lichamelijke en/of zintuiglijke handicap. Deze wet vervangt de huidige Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).

De hoofdpunten uit de nieuwe Wlz zijn:


Recht op zorg

Kinderen en volwassenen die de hele dag intensieve zorg en toezicht dichtbij nodig hebben, hebben een verzekerd recht op zorg.


Volledig zorgpakket

Cliënten hebben een verzekerd recht op een volledig zorgpakket. Dit pakket bestaat uit verblijf, persoonlijke verzorgingbegeleiding, verpleging, behandeling en het individueel gebruik van mobiliteitshulpmiddelen. En vervoer naar dagbesteding en dagbehandeling.


Zorg in een instelling of zorg thuis

Cliënten hebben de keuze tussen zorg in een instelling of zorg thuis. Maar alleen als de zorg thuis verantwoord is. En als de kosten niet hoger zijn dan opname in een instelling.


Zorgplan

Zorgaanbieders zijn verplicht om met iedere cliënt een bespreking over de zorgverlening te voeren. De resultaten daarvan leggen zij vast in een zorgplan. Bij de zorgverlening staan de wensen, mogelijkheden en behoeften van de cliënt centraal. Het sociale netwerk van de cliënt wordt betrokken bij de bespreking van het zorgplan. Wil de cliënt zorg thuis ontvangen? Dan heeft de cliënt de keuze tussen het persoonsgebonden budget (pgb), het volledige pakket thuis (vpt) of een modulair pakket thuis (mpt). Een mpt krijgt de cliënt als die niet het volledige zorgaanbod van een instelling nodig heeft of de zorg niet geheel zelf via een pgb wilt organiseren. Het mpt combineert zorg door een instelling met een pgb.


Scherpere eisen pgb en vpt voor verantwoorde zorg buiten instelling

Er komen strengere eisen voor het persoonsgebonden budget en het volledige pakket thuis. Dit met het doel om ervoor te zorgen dat de zorg buiten de instelling verantwoord is. Het Centrum indicatiestelling zorg gaat volgens de Wlz bepalen ofiemand recht heeft op zorg uit de Wlz. De AWBZ verdwijnt per 1 januari 2015. Voor mensen met een indicatie voor AWBZ-zorg, geldt een overgangsregeling.


Inwerkingtreding

  • De wet treedt in werking m.i.v. 01-01-2015, met uitzondering van de artikelen 3.1.3, 4.2.1, derde lid, 4.2.2, zevende lid, 4.3.3 en artikel 12.1.2, onderdeel D, subonderdelen 1 en 2.
  • De artikelen 3.1.3 en 12.1.2, onderdeel D, subonderdelen 1 en 2, treden in werking m.i.v. 01-01-2016.

Inwerkingtredingsbesluit van 10-12-2015, Stb. 2015, 516

Besluit houdende wijziging van het Besluit houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet langdurige zorg en het Besluit langdurige zorg

—Dit besluit regelt dat artikel 3.1.3 van de wet niet per 1 januari 2016 in werking treedt. Dat artikel geeft verzekerden met een Wlz-indicatie die niet in een instelling of een kleinschalig wooninitiatief wonen, recht op vergoeding voor aanpassingen van hun woning. Deze taak wordt om uitvoeringstechnische redenen nog niet op 1 januari 2016 overgedragen aan de Wlz-uitvoerders maar voor onbepaalde tijd uitgesteld.


Kamerstukken

NJB Vlog

NJB Vlog is deze week van start gegaan op njb.nl en You Tube. In korte interviews geven auteurs een toelichting op hun artikel en motivatie waarom ze in de pen klommen. 

Afbeelding

Hielke Hijmans (De AVG en de UAVG) en Tineke van de Bunt (De bewerkersovereenkomst onder de AVG) bijten het spits af. 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.