Detenshon

(…) Aan
eerst aarzelend blijven, dan je gewoonten, een band met het licht 
op de lakens, de ijzeren deur, de lekkende kraan, de brandgaten 
in de gordijnen, je posters naakt en gewillig, het alziende hoofd 
dat zich buigt als het nacht is, de adem van rechtvaardigheid, aan 
andermans praten en verre muziek, hoe de dingen dan gaan kraken, 
het langzaam verlaten van een stap op de gang, aan het bang zijn 
wen je, je volledige naaktheid, zaad in je hand, slak die je bent, 
aan het malende wen je, aan het nutteloze ademloze almaar 
doorgaande, aan het doorgaande denken raak je gewend. 
(Ester Naomi Perquin, ‘Binnen beperkingen’, in: Celinspecties
Van Oorschot 2012)

Het gezelschap beoefenaren van het vermogens- en ondernemingsrecht waarmee ik het ‘Sentro di detenshon i korekshon Korsou – de oude ‘Bon futuro’ gevangenis – op Curaçao bezoek, is onder de indruk. Nu krijgen gedetineerden een gezicht. Iedereen kan bedenken dat ze er niet voor niets zitten: roofovervallers, moordenaars, drugshandelaren. En ongetwijfeld zijn er in ons gezelschap die het mooi vinden dat de straffen op het eiland de laatste jaren hoger zijn geworden. Maar oog in oog met de gedetineerden worden dergelijke gedachten even teruggedrongen. Sommige bezoekers voelen zich ongemakkelijk, een enkeling is geïmponeerd, er zijn er ook met deernis. De onmiddellijke aanwezigheid van aanraakbare onaanraakbaren doet een appel op de medemenselijkheid. Hier en nu spreken de gedetineerden ons aan, wat de abstracties van ambtelijke nota’s en de verontwaardiging van sociale media doet vergeten. Natuurlijk kunnen op een ander moment even reële ontmoetingen met slachtoffers de bezoeker ertoe brengen om te willen dat het oude adagium ‘levenslang is levenslang’ nog altijd zou gelden. Maar door de ontmoeting met deze mannen krijgt de recente rechtspraak die erop neerkomt dat gedetineerden hun hoop ooit vrij te komen niet mag worden ontnomen een gezicht.1 Het recht op hoop is een mensenrecht.

Wantrouwig kijken de gedetineerden naar ons, rondhangend op de open binnenplaatsen van de diverse afdelingen of vanachter de hekken voor hun 1-, 2- of 4-persoonscellen. Er is enige onrust. In de krant heeft gestaan dat ze de laatste weken slechts brood met pindakaas of jam te eten kregen. Dat is ook de reden die een grote, grijze man met een zelfverzekerd gezicht me geeft voor de eetstaking van de gedetineerden. Een jongere man met felle ogen en een getatoeëerd ontbloot bovenlijf bevestigt het verhaal en voegt eraan toe dat wij in Nederland moeten weten dat ze kansloos zijn als ze hier uit het gevang komen. ‘Moet ik dan weer gaan stelen?’ Hij heeft een punt. De bewaker die ons rondleidt laat merken dat hij hen graag bij de resocialisatie zou helpen, maar van de 435 gedetineerden werken er 167 en volgen 41 een scholing. Er is niet genoeg personeel om meer aan te bieden, ook al omdat het onmogelijk is gedetineerden van de ene gang in de buurt van gedetineerden van de andere gang aan een motorblok te laten sleutelen. Resocialisatie is sowieso lastig, omdat een gedetineerde die wordt losgelaten op het 160.000 inwoners tellende eiland niet in de anonimiteit van de grote stad een nieuw leven kan beginnen, zoals een ex-gedetineerde uit Vught zijn geluk kan beproeven in de Randstad. Er zijn trouwens in het land Curaçao kennelijk niet veel inwoners die meer belasting willen betalen om de resocialisatiekansen en de leefomstandigheden van ‘hun boeven’ te verbeteren. Misschien is dat wel begrijpelijk omdat de gaten in de weg en de zorgen over de economie suggereren dat er genoeg andere projecten zijn om geld aan uit te geven. Zo kan het gebeuren dat de gevangenis de leveranciers niet meer kan betalen om iets anders te leveren dan pindakaas en jam en dat de getatoeëerde jongen zich zorgen maakt over zijn toekomst.

Curaçao ligt op bijna 8000 km afstand van Nederland. Het is een apart land, met een eigen economie. Maar als vier kruisers van buurland Venezuela in 2014 schijnbaar dreigend opstomen naar de Antillen,2 gaat ons dat in het Europese deel van het Koninkrijk ook aan. En als gevangenen aan de andere kant van het water slecht worden behandeld, is Nederland daarvoor verantwoordelijk, zoals pijnlijk bleek uit de veroordelingen van Nederland door het EHRM wegens de behandeling van de gedetineerden Mathew (2005) en Murray (2013) in het Korrektie Instituut Aruba. De mensen die in de detentiecentra werken doen hun best, de organisatie zal op orde zijn,3 maar in Aruba ging het na die veroordelingen toch weer mis.4 Onderling geweld tussen de gevangenen zorgt voor een moeilijke werkomgeving en is echt van een andere orde dan we in Nederland kennen. Alles bij elkaar genomen – de moeilijke omstandigheden in de gevangenissen, de beperkte financiën en de Nederlandse verantwoordelijkheid voor justitie in dat deel van het Koninkrijk – meen ik dat er aanleiding is op het punt van de detentieomstandigheden in de West metterdaad meer betrokkenheid vanuit Nederland te tonen. Nog weerklinkt in mijn oren de afscheidsschreeuw toen we de forensische observatieafdeling verlieten: ‘vergeet ons niet’. Voor iemand die er niet bij was, klinkt dat misschien wat pathetisch. Maar ik stond er en ik vind dat ik het bericht toch maar moet doorgeven.


Dit Vooraf is verschenen in NJB 2018/690, afl. 14.

 

Afbeelding: Sisyphus © Vera Boldt / Alamy

 

  1. HR 19 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3185
  2. Tijdens de besprekingen over de vrijlating van het – met het oog op een Amerikaans uitleveringsverzoek voorlopig aangehouden – voormalige hoofd van de Venezolaanse inlichtingendienst Hugo Carvajal Barrios.
  3. Bijlage bij Kamerstuk 34550-IV nr. 40 (over de SDKK).
  4. O.m. HR 26 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2469 over de mishandeling van een gevangene door zes bewaarders.
Ybo Buruma

Naam auteur: Ybo Buruma
Geschreven op: 4 april 2018

Raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

NJB Vlog

NJB Vlog is onlangs van start gegaan op njb.nl en You Tube. In korte interviews geven auteurs een toelichting op hun artikel en motivatie waarom ze in de pen klommen. 

Afbeelding

Deze week: Joost Brouwer en Pieter Bogaers over hun artikel Waarom het Khad-WAD ambtsbericht van 29 februari 2000 onjuist en onbetrouwbaar is.




Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.