Het Zambrano-criterium. Een kritische analyse van de toepassing van het Zambrano-criterium door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State

Lees hier de scriptie ‘Het Zambrano-criterium. Een kritische analyse van de toepassing van het Zambrano-criterium door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State' van Monique Watchman (masterscriptie Master Staats-en bestuursrecht, Vrije Universiteit Amsterdam, begeleiders: prof. mr. dr. S. Van Walsum en dr. J. Amaya-Castro, beoordeling: 8).

In het Zambrano arrest oordeelde het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof) dat ontzegging van het effectieve genot van de belangrijkste Unieburgerschapsrechten in strijd is met art. 20 VWEU en dat daarvan sprake is indien de derdelander ouder die jonge (minderjarige) Unieburger kinderen ten laste heeft een verblijfsvergunning en arbeidsvergunning wordt ontzegd. Met dit arrest leek de verzorgende derdelander ouder van een minderjarig Nederlands kind verzekerd van een afgeleid verblijfsrecht. In de rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) wordt het arrest echter ristrictief geïnterpreteerd ten aanzien van derdelander ouders wanneer er ook sprake is van een Unieburger ouder. In deze scriptie werd onderzocht in hoeverre de interpretatie, die door de Afdeling aan de door het Zambrano-criterium vereiste afhankelijkheidsverhouding wordt gegeven in de situatie waarin er sprake is van een Unieburger ouder en een derdelander ouder, in overeenstemming is met het Unierecht.

Naam auteur: Redactie
Geschreven op: 9 oktober 2014

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Gerard schreef op :
ik ben het helemaal eens met de volgende stelling: De kwetsbare positie van minderjarige kinderen rechtvaardigt mijns inziens dat de belangen van minderjarige Unieburger kinderen bij begeleiding door hun verzorgende ouder(s) niet tegen andere belangen mogen worden afgewogen, zodat ook kinderen met een verzorgende Unieburger ouder recht dienen te hebben op begeleiding door hun verzorgende derdelander ouder.
De prejudiciële vraag zou als volgt kunnen luiden:
Dient art. 20 VWEU aldus worden uitgelegd, dat de bloedverwant in opgaande lijn, staatsburger van een derde staat, zijn kind, burger van de Unie, ten laste kan hebben, terwijl de andere bloedverwant in opgaande lijn, die een staatsburger van een derde staat is en een verblijfsrecht in de Unie geniet of een burger van de Unie is, hun kind mede ten laste heeft of geacht kan worden het kind ten laste te nemen?
Hier ben ik het ook volledig mee eens. Wie zal deze vraag en wanneer kunnen stellen?

NJB Vlog

NJB Vlog is onlangs van start gegaan op njb.nl en You Tube. In korte interviews geven auteurs een toelichting op hun artikel en motivatie waarom ze in de pen klommen. 

Afbeelding

Deze week spreken Maurits Barendrecht, Jacques de Waart & Frederique van Zomeren over het artikel Van ‘in gebreke’ naar ‘in verbinding’. Over de kanteling in het denken over conflictbeslechting en waar de wetgever deze ontwikkeling zou moeten ondersteunen, dat zij schreven samen met Peter Ingelse en Fred Schonewille. 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.